Over de Eerste Nederlandsche Luchtreederij | column Rob Marijn | 14 10 2022

Mooi: in november 1919 werd in Alkmaar het initiatief genomen om in de kop van Noord-Holland een luchtvaartmaatschappij op te richten. Die onderneming zou de naam N.V. Eerste Nederlandsche Luchtreederij (ENLR) krijgen en de initiatiefnemers waren Herman Anthony Haarsma van Oucoop en G.J. Leurink. Lees meer!

Mooi: in november 1919 werd in Alkmaar het initiatief genomen om in de kop van Noord-Holland een luchtvaartmaatschappij op te richten. Die onderneming zou de naam N.V. Eerste Nederlandsche Luchtreederij (ENLR) krijgen en de initiatiefnemers waren Herman Anthony Haarsma van Oucoop en G.J. Leurink. De eerste was een bekend garagehouder aan het Nassauplein 7 te Alkmaar. Hij had nu zijn aandeel in dit bedrijf, dat onder meer de Belgische Excelsior automobielen importeerde, verkocht om zich aan de luchtvaart te wijden. Leurink was inspecteur van politie te Alkmaar en ook hij was voornemens zijn betrekking op te zeggen. Hij zou de commerciële kant van de onderneming op zich nemen, terwijl Haarsma van Oucoop zich met de technische leiding zou belasten.

In de recente Oud Alkmaar – je weet: het befaamde tijdschrift van de Historische Vereniging Alkmaar, voor slechts € 25,- per jaar bent u lid én ontvangt dit tijdschrift drie keer per jaar aan huis! – vind je het prachtige artikel van Harm J. Hazewinkel over de pioniersperiode van de vliegerij, notabene bij ons ‘om de hoek’: de ENLR had de hand weten te leggen op een weiland te Egmond a/d Hoef, gelegen aan de weg van Alkmaar naar die gemeente en bouwde daar een hangar. Daarbij liet men tegelijk weten dat dit slechts een voorlopig terrein was en dat men hoopte later een vliegveld te Alkmaar te kunnen aanleggen.

Op 23 januari 1920 arriveerde uit Duitsland het eerste vliegtuig en de Duitse vlieger Leo Ehrler maakte meteen van de gelegenheid gebruik boven de kaasmarkt, de Waagtoren en het stadhuis te vliegen, waar het gemeentebestuur juist op dat moment vergaderde. De volgende dag liet ook Haarsma van Oucoop zich voor een eerste tocht met het vliegtuig, waarschijnlijk een Albatros B III, mee de lucht in nemen. Op 22 februari werd voor groot publiek gedemonstreerd. Eveneens in februari adverteerde de onderneming met de mogelijkheid reclame af te werpen bij de Jaarbeurs te Utrecht voor honderd gulden bij vijftig kilo. Inderdaad is in die dagen door diverse vliegtuigen, waaronder ook die van Fokker, boven de Jaarbeurs gevlogen, maar of daaronder ook die van de ENLR waren valt niet met zekerheid te zeggen. Ook in het tijdschrift Het Vliegveld adverteerde de onderneming in maart 1920 met ‘Reclamevluchten, Passagiersvluchten, Demonstraties, Postvervoer en Goederenvervoer’.

Toen op 23 maart het vliegtuig van de ENLR te Egmond a/d Hoef met naast de vlieger ook de heren Haarsma van Oucoop en Langeveld aan boord onder grote belangstelling boven Alkmaar een hoogte van 5800 meter bereikte was de naam van de ENLR ook buiten Noord-Holland gevestigd. Dat nam niet weg dat men in Alkmaar zelf zo zijn bedenkingen had. In de gemeenteraad deelde burgemeester mr. W.C. Wendelaar begin april mee dat het wenselijk was op te treden tegen het laag over de stad vliegen van de ENLR-piloten. ‘Herhaaldelijk heb ik, zei de burgemeester, den directeuren van deze Luchtreederij verzocht hun vliegers te gelasten niet zoo laag te vliegen, maar deze trekken zich hiervan eenvoudig niets aan. Ik schroom niet te erkennen dat mij momenteel de bevoegdheid ontbreekt hun dit te verbieden, maar daarom is het noodzakelijk dat zoo gauw mogelijk een verordening gemaakt wordt, die aan deze ongewenschte lage vliegerij een einde maakt, met het oog op gevaar voor de burgerij. Als de vliegers zich verbeelden, dat zij mijne waarschuwingen in den wind kunnen slaan, dan zullen zij gewaar worden, dat het niet het geval is. De verordening is reeds in de maak.’

Rob Marijn, HVA