Tulpenkoorts | column Henk de Kruik | 24 03 2023

Wat komt er het eerst bij u op bij het woord ‘tulpenkoorts’? De lente, de bloembollen, de keukenhof of de tulpenkoorts in Alkmaar in februari 1636? Waarschijnlijk niet het laatste, terwijl dat er wel degelijk is geweest. Niet alleen in Alkmaar; ook in steden als Amsterdam, Haarlem, Enkhuizen en Hoorn ontstond tulpenkoorts. De aanleiding is zuiver economisch, uiteraard, en hedendaags nog steeds gangbaar en actueel.

Wat komt er het eerst bij u op bij het woord ‘tulpenkoorts’? De lente, de bloembollen, de keukenhof of de tulpenkoorts in Alkmaar in februari 1637? Waarschijnlijk niet het laatste, terwijl dat er wel degelijk is geweest. Niet alleen in Alkmaar; ook in steden als Amsterdam, Haarlem, Enkhuizen en Hoorn ontstond tulpenkoorts. De aanleiding is zuiver economisch, uiteraard, en hedendaags nog steeds gangbaar en actueel.

Er werd aanvankelijk gehandeld in bloeiende tulpen, daarna in tulpenbollen en tenslotte de handel in bollen die nog in de grond zaten. Ofwel: van verzamelen naar handel naar speculatie. En dat alles met een zeker winstoogmerk. De prijzen, en dus ook de winsten, liepen rond de jaarwisseling van 1636/1637 fors op. Speculanten verkochten de in de grond zittende bollen meerdere keren door in de hoop op steeds grotere winsten. Betaling vond pas plaats als de bol werd geleverd. Maar uiteindelijk werden die bedragen nooit betaald. Zeker niet nadat in februari 1637 in Alkmaar de handel instortte (lees ook: Oud Alkmaar # 1, april 2009).

Een belangrijk persoon in het Alkmaarse netwerk van kwekers en handelaren was Wouter Barthelomeusz. Winckel. Maar hij en zijn vrouw Elizabet Harmans Cop overleden kort na elkaar in juli 1636, waarschijnlijk aan de pest. De 3 achtergebleven kinderen waren allesbehalve armlastig, want Wouter Winckel, kastelein van de Oude Schuttersdoelen in de Doelenstraat, bezat in het voorjaar van 1636 meer dan 70 schitterende tulpen van zo’n 40 variëteiten.

In de maanden na het overlijden van Winckel waren de prijzen meerdere malen verdubbeld. De veiling op 5 februari 1637 werd op het juiste moment gehouden. In totaal zou er voor 90.000 gulden zijn verhandeld. Hiermee waren de kinderen – althans op papier – steenrijk. In tegenwoordig geld zou dit ruim 1,1 miljoen euro zijn.

Maar begin 1637 gingen steeds meer mensen zich afvragen of de prijzen wel zouden blijven stijgen. Er was twijfel(en) of zulke prijzen nog wel in verhouding stonden tot de eigenlijke waarde. U begrijpt: dit was het begin van het einde van de hausse.

Wilt u meer weten over de geschiedenis van de tulp en de tulpenkoorts, bezoek dan vanaf 18 maart de tentoonstelling in Museum De Zwarte Tulp in Lisse. En wilt u alleen van heel veel verschillende tulpen genieten, bezoek dan vanaf medio maart de Poldertuin in Anna Paulowna.

Henk de Kruik, HVA