Gewijde aarde | column Bertus Bakker | 24 11 2023

Op 29 december 1887 werd de begraafplaats Sint Barbara ingezegend. Eindelijk hadden de katholieken een eigen plek voor hun overledenen. Weliswaar bestond sinds 1830 de algemene begraafplaats aan de Westerweg, maar veel katholieken wilden in gewijde aarde worden bijgezet.

Op 29 december 1887 werd de begraafplaats Sint Barbara ingezegend. Eindelijk hadden de katholieken een eigen plek voor hun overledenen. Weliswaar bestond sinds 1830 de algemene begraafplaats aan de Westerweg, maar veel katholieken wilden in gewijde aarde worden bijgezet.

Die mogelijkheid bestond wel in Oudorp, dat in 1862 een kerkhof achter de pas gebouwde Sint-Laurentiuskerk had gekregen. Veel Alkmaarse katholieken weken dan ook voor een begrafenis uit naar dit dorp. Dat ging 25 jaar zo door, maar op 8 juli 1887 werd de begrafenisstichting Sint Barbara opgericht. Al een week later kocht deze een weiland aan het eind van de Harddraverslaan. Architect L. Stevens uit Velp had in sneltreinvaart zijn bouwtekeningen gereed en al op 2 augustus vond in hotel De Toelast aan de Koorstraat de aanbesteding plaats van de aanleg van een begraafplaats met ijzeren toegangshek, doodgraverswoning en kapel. Er bleken tien aannemers te hebben ingeschreven, waarna het werk werd gegund aan Jacobus Slenters uit Haarlem voor de som van ƒ 14.950. Slenters was een grote aannemer die op dat moment bezig was met de bouw van de kolossale Sint-Jozefkerk in de Haagse Schilderswijk, een omvangrijke klus die maar liefst ƒ 165.000 kostte. De Barbarakapel is door Stevens ontworpen in de toentertijd modieuze stijl van het eclecticisme, waarin gotische en romaanse kenmerken zijn verwerkt. Halverwege de ingebouwde toren bevindt zich, boven een rozetvenster, een nis met een beeld van Barbara. Zij kon als beschermster voor van alles en nog wat worden aangeroepen, maar ze was ook patroonheilige van uitvaartverenigingen en begraafplaatsen. Bertus Bakker, hoofdredacteur Oud Alkmaar, HVA