In de zomer van 1573, voorafgaand aan het Spaanse beleg, heerste er een koortsachtige activiteit in de stad. Er moesten namelijk in grote haast nieuwe vestingwerken worden gebouwd aangezien de oude verdedigingswallen niet meer voldeden. Het stadsbestuur van Alkmaar zat dan ook dringend verlegen om grote hoeveelheden stenen en ander bouwmateriaal om de wallen aan de zuid- en westkant van de stad te versterken. Hoe is dat gelukt?
Tevens wilde men de Kennemer- en Nieuwlanderpoort opnieuw opbouwen. De vraag was echter: waar waren op zo korte termijn voldoende bouwmaterialen te vinden? Men koos voor een wel heel drastische oplossing, namelijk voor het afbreken van het eeuwenoude kloostercomplex van de Adelbertabdij in Egmond. Het was echter van groot belang dat de bemoeienis van Willem van Oranje bij deze operatie geheim zou blijven. Oranje was namelijk bang dat hij anders bij de bevolking van de stad, die grotendeels katholiek was, het draagvlak voor de opstand zou verliezen.
In de geschiedschrijving hebben geuzenleider Diederik Sony en diens troepen tot op de dag van vandaag de schuld gekregen van de verwoesting. De feitelijke gang van zaken is echter al in 1894 ontdekt door Cornelis Bruinvis, gemeentearchivaris van Alkmaar. Het onweerlegbare bewijs voor de rol van Willem van Oranje dat hij vond in de afrekeningen van de fabrieksmeesters is tot op heden onbelicht gebleven. Uit deze documenten blijkt namelijk dat de Egmondse abdij weloverwogen en op systematische wijze is afgebroken en dat er van brandstichting door de geuzen geen sprake is geweest. Alkmaar werd gered, maar wel ten koste van een indrukwekkend klooster.
Paul Buitenhuis
Het héle verhaal van Paul Buitenhuis leest u in de Ontzet-uitgave van Oud Alkmaar, die u gratis ontvangt als lid van de HVA. Lid bent u al voor € 25,- per jaar & wordt u eenvoudig door u hier aan te melden.