Alkmaar na de storm

Alle aandacht bij de herdenking van de watersnoodramp van 1953 ging natuurlijk uit naar de meest getroffen gebieden in het zuidwesten van ons land. Zo kort nog maar na de Tweede Wereldoorlog kwam er een wanhopig makende verwoesting bij. We waren wereldnieuws. Hoe ging het met Alkmaar in de eerste dagen van februari, 65 jaar geleden? Op maandag 2 februari opende de Alkmaarsche Courant met een vette kop over alle kolommen: “Nederland rouwt reeds om 394 doden”. In dat woordje ‘reeds’ las je een dreiging: het zouden er wel snel meer worden. Uiteindelijk meer dan 1800. Met de Engelse- en de zee-slachtoffers erbij nog veel meer. Zelf woonde ik toen als kleine jongen met mijn ouders in Scheveningen, vlak achter de boulevard. Ik weet nog hoeveel indruk het op mij maakte toen mijn jonge, branieachtige vader me laat op de avond uit bed haalde om samen te gaan kijken bij de havenhoofden naar de spectaculair hoge golven, die over de borstweringen sloegen. Nog nooit zoiets gezien. We waren bepaald niet alleen. Er waren vele stoere mannen en jongens, die de storm trotseerden en geen weet hadden van het drama, dat zich wat zuidelijker afspeelde bij de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden.

Alkmaar werd vooral getroffen door ‘klein leed’ vergeleken met “de nationale ramp van ongekende omvang”. Veel omgewaaide bomen en neerstortende schoorstenen vooral. Opvallend was het nieuws over de Molen van Piet, die in brand dreigde te vliegen: “De molen maalde door de vang. Twee kettingen waren als draadjes gebroken en in razende schier niet te tomen vaart draaiden de wieken, voortgestuwd door de windstoten, die soms een snelheid van 150 km per uur hadden.” Molenaar Piet wist, dat een molen op hol bij stormweer brand betekent. Met hulp van de vrijwillige brandweer wist hij dat te voorkomen. Met gevaar voor eigen leven werd de molen gered, die weliswaar flink beschadigd raakte, maar niet verloren ging.

De rest van de week werden de kranten gevuld met de stand van zaken in het rampgebied èn wat Alkmaar over had voor het lenigen van de nood. In de provincie Groningen werd binnen een week een miljoen gulden opgehaald, toen een enorm vermogen. Alkmaar zamelde bij de burgerij iets meer dan 60000 gulden in. “Nu zijn wij een keer zunig”, zullen ze hier gedacht hebben. We stuurden op verzoek wel al onze beschikbare stroomgeneratoren naar Vlaardingen. Dat dan weer wel.