Alkmaar zonder eieren?

Fipronil. Twee weken geleden kende u dat woord nog niet. Nu kijkt u achterdochtig naar uw eitje. Kunt u nog een ‘patatje-mèt’ bestellen? Nog een paar oranje-tompoucen van de Hema mee naar huis nemen om het feestje van de nationale voetballeeuwinnen te vieren? Linke soep. Waar zit die fipronil niet in? Het drama voor de pluimveehouderij is mede het gevolg van de grootschalige industriële voedselproductie. Toen we nog weet hadden van een kippenhok en persoonlijk contact heel gewoon vonden met de boer zelf of de winkelier die zijn producten verkocht, was de enige veiligheidsvraag die bij ons opkwam ‘of de aangeboden waar wel vers was’. Belangrijker was de prijs. Het eten dat we kochten was immer gekruid met vertrouwen. Zo werkt het niet meer. Zonder vertrouwen krijg je geen hap door je keel. Dus hebben we voor de voedselindustrie keuringsdiensten en controleurs nodig. Maar dat die ons kunnen behoeden voor overdreven wantrouwen als het om ons eten gaat is een kostbare illusie. Ook bij een klein gezondheidsrisico, zoals nu met die fipronilbesmetting, wordt rigoureus het zekere voor het onzekere genomen. Miljoenen eieren worden weggegooid, honderdduizenden kippen worden geruimd. Als er NL op de verpakking staat wil het buitenland geen ei meer ontvangen. Een hele bedrijfssector, belangrijk voor onze dagelijkse voeding, balanceert zo maar op de rand van de afgrond.  Nogal wiedes dat het vrome volk in Barneveld nog wel wat harder wil bidden. Baat het niet dan schaadt het niet.

Het is wat, al deze bezwarende gedachtes, bij het pellen van je eitje! De Alkmaarse geschiedenis drong zich ook op. Maar dan wordt het weer overzichtelijk en dichtbij. Vóór de Tweede Wereldoorlog had Alkmaar een eigen eierveiling aan de Bierkade, in een pakhuis naast de bierbrouwerij (toen nog). De foto is van 1927. De krant vermeldde steevast de aanvoer van de honderdduizenden eieren van de boeren uit de regio, Hollands Noorderkwartier. Met de maat en de prijs. Marktplaats Alkmaar speelde een eeuw geleden nog een rol in de groei naar grootschaligheid van de voedselindustrie. Toen het pakhuis te klein werd, ging de eierveiling na de oorlog naar de panden van puddingfabriek Victrix bij de Kanaalkade en de Paternosterstraat. In 1970 werden die gebouwen gesloopt. Aan de aanvoer van ‘Alkmaarse’ eieren naar de oude stad was een einde gekomen. Het kleine eitje vergde een nog grotere schaal om verkocht te kunnen worden. Men zegt: “Nu weer zonder fipronil!”