Alkmaars Glorie straalt niet in 020

Barack Obama in 2011: “De geschiedenis zal oordelen over de beslissing van de voormalige Amerikaanse president George W. Bush om Irak binnen te vallen.” Hij nam als senator zelf al een voorschot op dat oordeel, want hij vond het een “domme oorlog”. Terecht. Maar dit terzijde. Het gaat mij hier om de uitdrukking ‘de geschiedenis zal oordelen’. Een voorbeeld van versluierend, eigenlijk gewoon fout taalgebruik. Bedoeld wordt dat onze nazaten over de geschiedenis zullen oordelen en wellicht anders dan wij nu doen. De geschiedenis zelf oordeelt niet, vormt slechts in zijn beschrijving een reeks feiten, die door ons samenhang en betekenis krijgen. En dan blijkt steeds dat iedere generatie er zijn eigen uitleg aan geeft. Aan het begin van mijn leven moest ik op school heldenverhalen over Piet Hein, Michiel de Ruyter en Maarten Harpertsz Tromp leren, waren de gebroeders De Witt voorbeelden van onkreukbaarheid, en Koning Willem 1 had ons land groot gemaakt. Moeilijke man in de omgang, maar toch! Nu, zestig jaar later, tracht men ons wijs te maken, dat we vooral schurken hebben voortgebracht, met bloed aan de vingers, driftigheid in de kop, en geroofde goudstukken in de pocket. Waar blijven onze helden?!

Precies dàt dacht ik toen ik vorige week een verontrustend bericht in Het Parool las. Er komt een nieuw ‘centrumeiland’ op IJburg. Hollands Glorie van 1573 herleeft er in de straatnamen. Ik zat meteen op het puntje van mijn stoel. Helaas! Het gaat de Mokumers om de Slag om de Zuiderzee, daags na onze Victorie, op de rede van Hoorn. De Spaanse vloot onder leiding van Bossu werd verslagen door de watergeuzen. Daarna kon Amsterdam zich ontwikkelen tot de grote internationale handelsstad en begon de Gouden Eeuw. Alle geuzenkapiteins worden vernoemd, en de namen van hun schepen en die van de verslagen vijanden. Geen Alkmaarse held die de Victorie liet beginnen valt er te bekennen. Alkmaars Glorie doet er niet toe. Maar er is nog een kans voor de heer Kloos om onze burgemeester naar de hoofdstad te sturen met een dringend verzoek: ‘Vereeuwig dan tenminste onze Trijn Rembrands!’. Want het stadsdeelbestuur van Oost had graag wat meer vrouwennamen gezien. “Alstublieft, Alkmaar presenteert u een heldin uit 1573!” “En vraag dan meteen, Piet”, roept de heer Kloos nog na, “of ze vier agenten over hebben. Voor als straks al die Amsterdamse wiet- en dranktoeristen hier naar toe komen.”