De bevrijding van 75 jaar geleden kende twee gezichten: enerzijds uitbundige feestvreugde, anderzijds vervolging van foute Nederlanders. Dieptepunt hierbij was wel het kaalscheren van de zogenaamde ‘moffenmeiden’.

Berechting van foute Nederlanders kwam er in 1945 middels een aantal tribunalen voor bijzondere rechtspleging. Voorzitter van een tribunaal was meestal een rechter bijgestaan door twee lekenrechters. Deze tribunalen ‘corrigeerden’ de minder zwaar beschuldigden. Zo’n correctie was soms niet mis, want gevangenisstraf, ontzetting uit het kiesrecht en verbeurdverklaring van het vermogen kwamen hard aan.

Zwaarder beschuldigden kwamen voor bijzondere gerechtshoven, waar langere gevangenisstraffen of zelfs de doodstraf uitgesproken konden worden. Het Alkmaarse tribunaal bestond uit twee kamers, waarvan de eerste kamer voorgezeten werd door advocaat mr. A. Schenkeveld. De openingszitting vond plaats op 25 juni 1946 in de raadszaal. Vervolgens werden de zittingen gehouden in Huize Voorhout aan de Kennemerstraatweg.

Een bijzondere zaak was die tegen de Alkmaarse NSB-burgemeester B.A. Van der Sluys. Hij werd, hoewel al sinds enige tijd overleden, postuum berecht voor het Alkmaarse tribunaal. Het vonnis luidde dat zijn nalatenschap van f. 83.000,- verbeurd verklaard werd.

Vaak was de uitkomst van een proces dat de straf gelijk was aan het voorarrest. Dit omdat de beklaagden al vaak lange tijd vastgezeten hadden.Tijdens de slotzitting van het tribunaal op 29 mei 1948 gaf mr. Schenkeveld in een overzicht aan dat er in 182 zittingen 918 zaken behandeld en 63 zaken afgedaan waren in de raadkamer. Hiermee kon weer een hoofdstuk van de Tweede Wereldoorlog afgesloten worden.

Bert Muis, HVA