Van den doden te begraven so wij lesen
Wert thobias van god gepresen
Begraven…. niet direct het leukste onderwerp om over te schrijven en zeker niet in Corona-tijden. Vooral de beperkingen maken alles nog veel erger. Nauwelijks afscheid kunnen nemen van je geliefde. Het is bijna niet te bevatten. Het lijkt op de situatie tijdens de pestepidemieën, zoals afgebeeld op het paneel van De Zeven Werken van Barmhartigheid, 1504.
Aan de zes goede werken van barmhartigheid, die gedaan moesten worden om een plaats in de hemel te kunnen bemachtigen, voegde paus Innocentius III in 1207 officieel een zevende werk toe, ‘Het begraven van de doden’. Door de massale sterfte als gevolg van de pestepidemieën was het een noodzaak geworden dit gevaarlijke werk zorgvuldig uit te voeren. Zoals alle andere zes opdrachten is ook deze opdracht afkomstig uit de Bijbel en wel uit het apocriefe bijbelboek Tobit. Tobit deelde voedsel uit aan wie honger leed, gaf zijn kleding weg aan wie dat nodig had en begroef de doden, die buiten de muren van Ninevé werden gegooid. Vandaar dat Tobit (Thobias) in tekst op de lijst van het paneel genoemd wordt.
We zien hier het vierde tafereel met de belangrijkste scene uit De Zeven Werken van Barmhartigheid. Een begrafenis en het Laatste Oordeel. Op het kerkhof buiten de muren van de stad laten geestelijken een doodskist in een graf zakken. Het was te gevaarlijk om de gestorven pestlijders in de kerk te begraven. Er zijn duidelijk maar weinig mensen naar deze plechtigheid gekomen. Een priester met twee misdienaren en enkele in zwart geklede Cellebroeders, later Alexianen genoemd, gespecialiseerd in het verplegen en begraven van pestlijders. Middeleeuwse verpleegkundigen in beschermende pakken
Hoog boven deze scene troont Christus op zijn troon, de regenboog. Zijn voeten op de wereldbol. Hij spreek het laatste oordeel uit. De Cellebroeders kregen aan het eind van hun leven absoluut een ruim verdiende plaats in de hemel toegewezen.
Er is dus niets veranderd, want datzelfde wensen wij ook onze Corona-verpleegkundigen toe, of iets wat daar sprekend op lijkt
Netty Bleichrodt-Vegter