De Koningin Maxima Catwalk ???

Eén dezer dagen krijgen we in Alkmaar een Koning Willem Alexanderlaan. De vraag is natuurlijk: waar ? Dat is nog geheim. En dat is maar goed ook, want de commotie was meteen groot toen een gemeenteraadslid hiervoor een druk bewoonde en –bewinkelde straat voorstelde. Er was even niet gedacht aan de voorraad reclamedrukwerk van de winkeliers. Of aan de bewoners, die zich genoodzaakt zagen nieuwe visitekaartjes te laten drukken, en om alle familie, kennissen, verzekeringen, energiebedrijven, abonnementen te waarschuwen. “Beetje dom”, zeggen we dan met Maxima. Maar hij schijnt er nu toch te komen, die Koning Willem Alexanderlaan.

Achter de schermen is bij de gemeente natuurlijk na die eerste schrikreactie gezocht naar een gunstiger plek: er moeten het liefst geen mensen wonen, ook moeten er maar geen winkels zijn, en als het even kan moet het wel bij Willem Alexander passen. Bij de fontein in De Hout, vanwege zijn watermanagement ? Bij het AZ-stadion vanwege zijn hartstochtelijk gejuich bij sportwedstrijden ? Bij het biermuseum, vanwege zijn jeugdreputatie ? Wat was dat een moeilijke keuze !

“Eh”, probeerde de jongste ambtenaar, “we hebben toch eigenlijk al een Koningsweg ?” Inderdaad, maar voor wel een heel andere koning ! Men denkt, dat het dan om Graaf Willem II gaat, uit de dertiende eeuw, de vader van Floris V, en de bouwer van kasteel Torenburg. Die werd tot zijn eigen verrassing door zijn Duitse collega’s verkozen tot “Rooms Koning” (met goedkeuring van de Paus dus), als opstapje naar de belangrijkste adellijke titel in Europa, Keizer van het Heilige Roomse Rijk, cq. heel Midden-Europa, plus Holland en Vlaanderen. Want daar aasde ook een andere Duitse vorst op, en dat zou wel een krachtmeting van jewelste worden. Niemand stak dus zijn vinger op, behalve onze Graaf Willem II dan, nadat ze hem gepolst hadden. Hij heeft zich maar kort “koning” kunnen noemen, want hij sneuvelde snel erna bij Hoogwoud, toen hij de brandschattende Westfriezen weer eens achter hun broek zat. Hij bezocht vast wel eens Alkmaar om zijn kasteel te inspecteren, of om af te rekenen met zijn belastingophaler, die om de hoek aan het eind van de Koningsweg kantoor hield. Het modderige pad, dat er naar toe leidde, werd dan vast verstevigd en verfraaid. De graaf, nu zelfs Koning !, moest met zijn gevolg natuurlijk een beetje prettig door de stad kunnen rijden, met liever geen plassen en kuilen op zijn pad. Het zal wat uren en geld gekost hebben. De “Koningsweg” was meteen een begrip in Alkmaar en daarmee een zeer oude straatnaam in onze stad.

“Weer wat geleerd”, dacht de jongste ambtenaar, toen zijn chef klaar was met zijn korte college. Willem Alexander moest dus een eigen koningsweg krijgen. “En Koningin Maxima ook”, hield de overmoedige jongste ambtenaar vol, “wat dachten jullie van de Boterstraat, de leukste modestraat van de stad ?” “Kan niet !”, klonk het van zijn collega’s in koor, “zitten toch allemaal winkels !!!” “De Koningin Maxima Catwalk dan, in de Langestraat, bij de volgende Alkmaar Modestad”, probeerde hij nog wanhopig. Maar niemand luisterde nog.

“We gaan voor de sport”, besloot de chef, “want dat past ook goed bij Alkmaar”.