Het donkere leven van de Meester van het Licht

Twee keer getrouwd, twee keer weduwnaar, je dochter in het Spinhuis, al je meubels verkocht om te overleven, een wurgcontract aanvaarden om het hoofd boven water te houden. En dan op een vriesnacht zie je geen gat meer op je 75e, murw van een leven met schulden. En hang je je op aan een brug over de Singel. Maar het touw breekt. Pas elf weken later vinden ze je stijfgevroren lijk, als de dooi weer invalt, een heel eind verder, bij de Haarlemmersluis. En laat nou uitgerekend deze loser, deze armzalige brekebeen met zo’n donker leven, in de kunstgeschiedenis bekend worden als de Meester van het Licht. Ik stel u voor aan Emanuel de Witte (1617-1692). Zoon van Alkmaar. Pa was onderwijzer. Hij groeide hier op, tijdgenoot van Caesar van Everdingen, ook geboren in 1617. Maar Emanuel verliet de stad voor Rotterdam, Delft en uiteindelijk Amsterdam. Geslaagd op het doek, mislukt in het leven. Dat fascineert. Vooral als het een schilder betreft, die in zijn eigen dagen werd vergeleken met Rembrandt. Van dat niveau, vond men. Wij, met meer afstand tot zijn tijd, kijken daar anders tegenaan. Emanuel mag gezien worden, maar is geen Rembrandt, vinden de huidige kunstkenners. 400 jaar is anderzijds een mooi getal om deze onbekende Alkmaarder een ‘gezicht’ te geven. Hoewel we geen portret van hemzelf hebben. Dan moeten we hem leren kennen uit zijn werk. Veel kerkinterieurs met prachtig invallend licht en de nodige fantasie. Want wat Emanuel niet mooi vond in de architectuur of de samenstelling van het interieur veranderde hij, of liet hij weg. Zo vind je nooit een orgelfront, want hij had een hekel aan het schilderen van orgelpijpen. Beroemde gebouwen van zijn tijd vinden we bij hem terug. Dankzij Emanuel kennen we het interieur van de Portugese synagoge te Amsterdam. Vooral als architectuurschilder probeerde hij zijn fortuin te vergaren. En dat lukte hem goed, zij het dat het geld er sneller leek uit te gaan dan het binnenkwam. Altijd maar weer die gokschulden. Hoe groot kan het contrast zijn tussen leven en werk. Dat mag u allemaal denken en uw verbazing de vrije loop laten als u zich in de komende weken laat verleiden De Meester van het Licht te gaan bekijken in ons onvolprezen Stedelijk Museum, dat er wonderwel in slaagde om ons alweer een historische Alkmaarse kunstenaar te presenteren. Hulde!