Droom en Vrees man! In Alkmaar…

In 1957 was Doris Day beroemd met Que sera, werd Dorus het met Twee motten, overleden Toscanini en Sibelius, werden Gloria Estefan en Tom Egbers geboren. Fluitje van een cent om dat te vinden. Maar je moet behoorlijk zoeken op internet om te ontdekken, dat die weinig fraaie achterkant van Vroom&Dreesmann aan de Oudegracht in datzelfde jaar werd opgetrokken. Burgemeester Wytema liet er geen traan bij, dat op die plek vijf mooie, karakteristieke gevels plaats moesten maken voor de smaak van de vooruitgang. Onze vereniging drong er bij het gemeentebestuur op aan het plan nog eens te laten beoordelen door een bekwaam stedenbouwkundige ‘opdat het grote gebouw niet al te zeer zou detoneren met de omgeving’. Het hielp niet, de ontsierende bouw werd doorgevoerd. De politieke filosofie van de stad leek toen veel op de huidige: alle ruimte voor de economische ontwikkeling. “Goed voor de werkgelegenheid”, werd er toen en wordt er nu bij gezegd. En dan maar hopen, dat het uitkomt. Want de politiek heeft daar geen directe invloed op. Maar een verschil tussen toen en nu is gelukkig wel een beter besef van de economische waarde van monumentale gevels. Ons monumentaal erfgoed trekt toeristen. Daar verdienen we aan. Dat maakt de koopman voorzichtig. Inmiddels is die achterkant van V&D bijna 60 jaar oud. Hij zou nog als een icoon kunnen gaan gelden voor de wederopbouwstijl van die tijd. Het kan verkeren. Tot zover het droomgedeelte van deze column.

Voor de vrezende werknemers is het te hopen, dat V&D gered wordt. Voor de stad ook. Want stel je voor, dat het ontruimd wordt. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor de winkels in de omgeving. Het grootste deel van de voorgevels is rijksmonument. Binnen is er in de loop der jaren heel veel veranderd. In 1925 moet het voor Alkmaarse begrippen een grootse indruk hebben gemaakt. Foto’s, brochures en artikelen in de pers van die tijd getuigen daar ook van. Architect G.W.J.Caron was zo’n beetje de vaste huisarchitect van V&D. Hij heeft andere, vergelijkbare winkelpanden voor de firma gebouwd, in zogenaamde ‘baksteenarchitectuur’. Bijvoorbeeld in Amsterdam (door moderniseringen grotendeels verdwenen), Breda en Deventer. ‘Onze’ V&D, althans die oude gevel van 1925, heeft dus een rijksbeschermde status. Als het leeg komt te staan is er letterlijk “alle ruimte voor economische ontwikkeling”. Maar in dit geval voelt het aan als bedreiging voor de stad, niet meteen als kans.