Duivelskunstenaar in Alkmaar

Als u de laatste jaren een beetje hebt opgelet, weet u dat Caesar van Everdingen bij Alkmaar hoort. En Jacob van Oostsanen, van de plafondschilderingen in de Grote Kerk, is voor u ook geen onbekende meer. Kruseman van Elten zegt u wellicht nog wat. Cornelis Buys misschien? Cornelis Springer ook? Er is met fraaie tentoonstellingen heel wat uit het verleden prettig afgestoft. Onze kennis van kunstenaars die Alkmaar verfraaiden is flink toegenomen. Maar Romeijn de Hooghe (1645-1708) lijkt nog niet genoemd te worden in de Alkmaarse Talk of Fame. Dat is niet terecht. Van alle kunstenaars die in Alkmaar belangrijke opdrachten uitvoerden, al dan niet hier geboren, was Romeijn misschien wel de interessantste. Wat een heftig leven heeft die man gehad. En wat een leuke anekdotes zijn er over hem bekend. In het boek “Onse heerlijcke Stadt-huys binnen Alckmaer” wordt hij slechts aangeduid als ‘Haarlemse schilder’. Hij ontwierp de ‘grisailles’ die hier vroeger in een trappenhuis hingen en nu de kleine ontvangstzaal sieren. De schilderingen suggereren met een geraffineerde techniek driedimensionaal stucwerk, in grijsachtig wit. Helemaal volgens de classicistische mode van die tijd. Op hvalkmaar.nl laten we u enkele afbeeldingen zien. Leuk dat ze er nog zijn, maar heel spannend zult u ze vast niet vinden. Dat geldt ook voor de gouden en zilveren vroedschapsmunten, die hij voor de stad ontwierp. Er zijn er nog een paar bewaard in het Rijksmuseum en in ons Stedelijk Museum. Het was presentiegeld als je de bestuursvergadering van de stad bijwoonde. Kon je dan later omzetten in ‘gewoon’ geld. Echt uniek is zijn paneelschildering hoog boven het grote orgel in de Grote Kerk. Met alleen maar ‘Haarlems kunstenaar’ doen we hem onvoldoende recht. Hij maakte de eerste politieke cartoons. Baarde opzien met pornografische kunst, wat hem in 1690 een proces opleverde wegens “ergerlijk levensgedrag en aanstootgevende, erotische prenten”. Werd veroordeeld wegens godslastering, door zijn spotprenten. Heftige ruzie met het machtige  Amsterdamse stadsbestuur! Beheerste ondertussen wèl alle kunstvormen. Dat hij in Alkmaar over de vloer kwam zegt twee dingen: de stad had geen moeite met zijn tamelijk bizarre reputatie èn onze voorouders erkenden zijn vele vaardigheden. In zijn atelier werkten 36 assistenten! Ja, Romeijn mocht de stad komen verfraaien. Graag zelfs. Zo’n duivelskunstenaar vonden we wel leuk hier. Zou goed zijn als ons museum nog eens wat met hem doet. Hij verdient in ieder geval een eigen plekje op de Alkmaarse Olympus.