Getuigen van een ramp in Alkmaar

Het is 500 jaar geleden, dat een flink deel van onze stad afbrandde. Alkmaar was in 1517 sowieso geen veilige plek om te wonen. Als straf voor de “Kaas-en-Brood-opstand” tegen de graaf in 1492 moest de stad zijn muren en poorten afbreken. De onverdedigbare stad was een makkelijke prooi voor roversbenden. Zo trof de Fries Grote Pier met zijn legertje woestelingen de stad aan. Hij kon dagen lang zijn gang gaan met plunderen, moorden en brandschatten. De Grote kerk en het Stadhuis hebben het wonderwel overleefd. Maar de zuidwestkant van de stad, langs de belangrijke weg naar het Kennemerland moest er aan geloven en ging in vlammen op. Van de woningen en boerderijen aan het Ritsevoort bleef dan ook niets over. Onze archeologen vonden daar de vorige maand de getuigen van bij de bouwvoorbereiding van een groot nieuw appartementencomplex, dat van de Molen van Piet tot aan het Ritsevoort komt te liggen, parallel aan de Vrouwenstraat.  Een verbrande kleivloer van een huis met vondstmateriaal paste precies in de periode dat Grote Pier het Ritsevoort platbrandde. Er is heel wat mythevorming rond Grote Pier geweest. Maar dankzij de archeologie weten we nu, dat de ramp van de 16e eeuwse ‘terrorist’ Grote Pier in Alkmaar geen fabeltje was.

Waar Alkmaar een zwarte bladzij kent als het om 1517 gaat en waar onze zestiende-eeuwse voorouders met angst en beven aan Grote Pier zullen hebben gedacht, vereerden de Friezen in het thuisland hem als een held. Vorig jaar is er in Kimswerd onder Harlingen zelfs een groots openluchtspektakel geweest om de ‘vrijheidsstrijder’ opnieuw bekendheid te geven. Het kan verkeren! Hij zal in Alkmaar nooit een standbeeld krijgen, integendeel. Maar hij was niet zo maar een rover en plunderaar geworden. Duitse soldaten deden in 1515 in opdracht van ‘onze’ graaf van Holland een poging om Friesland in te nemen. De macht in het land moest hij delen met de graaf van Gelre en de bisschop van Utrecht. Maar Friesland was nog min of meer een vrij gebied. De Friezen vochten terug voor hun vrijheid, met een hoge prijs. Pier Donia van Kimswerd verloor zijn vrouw, zijn zoon, zijn boerderij en al zijn bezit. Zijn woede koelde hij op de Hollanders. De hertog van Gelre steunde hem natuurlijk. Medemblik, vele dorpen en tenslotte dus Alkmaar hebben het geweten. ‘Wie het zwaard opneemt zal er door vergaan’, leerden we ooit.