Griezelen of verwonderen in Alkmaar

Nog even en er is weinig meer te zien van onze jubilerende Grote Kerk. Een woud van stangen, hekken en trappen onttrekt de trotse jubilaris aan de blikken van de monumentliefhebbers. Maar er zullen massa’s komen, toeristen, dagjesmensen, gezinnen, seniorenclubs, bedrijfsfeestgangers, vrijgezellenparties en spektakeldurfals die juist als vliegen naar de stroop worden aangetrokken door deze nieuwe fun-experience in onze eerbiedwaardige oude stad. Dat verwachten de organisatoren tenminste. En ze verwachten ook veel mooi weer.  In ieder geval weer eens iets anders dan kaas-kaas-kaas. En ja, als je Alkmaar op de kaart wil zetten, dan ben je zo wel goed bezig. Het gevaarte is nog niet te beklimmen of de landelijke media besteedden er al aandacht aan. Dat gaat wel goed zo. Wat ik persoonlijk boeiend vind en waardoor ik het bouwvak-imago van de Grote Kerk in de komende maanden dan maar voor lief neem, is het besef, dat onze voorouders, die het initiatief tot de bouw namen tientallen jaren zo tegen de kerk hebben aangekeken. De steigers waren destijds, tussen 1470 en 1520, de bouwperiode, van hout: boomstammen, planken, henneptouw. Met die veel eenvoudiger middelen beklom men in de middeleeuwen de hemel. Zonder mechanische hijskranen. Handkracht, handkracht en nog eens handkracht. Menige oudere stadgenoot zal gestorven zijn tijdens de bouw, gewoon doordat zijn leven voorbij was en het tijd werd dat hij echt ging hemelen. De kerk nooit afgezien, altijd in de steigers. Laat ons dat tot troost zijn, want in het najaar is La Grande Dame weer zichzelf.

Over hemelen gesproken, echt gruwen deed ik van het ontstellende bericht dat Jochem Schuyt is vermoord. Ogenschijnlijk heeft dat niets te maken met de voorgaande alinea. Maar Jochem was met zijn 75 jaren een vaak geziene kunstliefhebber in de stad. Hij gaf het blad Palet uit, het oudste kunsttijdschrift van Nederland. Jochem zou het gewaagd hebben om de ‘Klim naar de Hemel’ te ondernemen. Hij zou zelf als groot kunstliefhebber van dichtbij het Laatste Oordeel van Jacob van Oostsanen hebben willen bewonderen. Want dat is straks mogelijk als je de steigers hebt bedwongen en via een loopbrug vlak onder het middeleeuwse meesterwerk kunt komen. En zo bezie ik nu dit wonder van vernuft: je kunt als attractie wel de hemel willen beklimmen, sensatie!, maar als je er onverwacht in één klap wordt binnengetrokken is de fun voorbij. Deze column is daarom opgedragen aan Jochem Schuyt, r.i.p.