[vc_row][vc_column][vc_empty_space height=”16px”][vc_column_text]
Misschien heeft u zich wel eens afgevraagd hoe een restaurant in Alkmaar aan de naam ‘Het Gulden Vlies’ gekomen is. Het Gulden Vlies was toch de gouden schapenvacht die de mythologische Jason samen met de Argonauten moest ophalen en de altijd wakkere draak die het vlies bewaakte met een list wist te verslaan?
Wat heeft dat met Alkmaar te maken? Gaat u in gedachten met mij mee naar het 15e eeuwse Alkmaar. De stadswallen liggen tot de stadsuitbreiding van 1528 achter de Grote Kerk . De weg vanaf de Heul richting Heiloo ligt daarmee buiten de stadswal en is een uitvalsweg tussen rietlanden, waar de naam Ritsevoort nog naar verwijst en een doorwaadbare plaats (voort of voord) omgeven met riet of rijshout betekent. Pas na 1572 komt het Ritsevoort binnen de stadswallen te liggen en wordt de Kennemerpoort vanuit het zuiden de toegang tot de stad. Reizigers die Alkmaar bezochten troffen na het passeren van de stadspoort al in 1563 een herberg aan waar het prettig verblijven was, de herberg Het Gulden Vlies. In 1724 wordt het naastgelegen huis verkocht en omgebouwd tot herberg die de naam ‘Het kasteel van Egmond’ krijgt.
Reizigers uit de richting Kennemerland hadden na het passeren van de Kennemerpoort nu twee herbergen met een stalhouderij tot hun beschikking: Het Gulden Vlies en Het kasteel van Egmond. Tussen beide herbergen was een poort die toegang gaf tot het erf waar de koetsen gestald en paarden verzorgd konden worden. Deze toegang is nog steeds herkenbaar als entree van de winkel van Iconic. Reizen in de vorige eeuwen was op z’n gunstigst een avontuur, maar meestal een levensbedreigende bezigheid, te vergelijken met de avonturen van Jason met zijn Argonauten. De naam Het Gulden Vlies zou voor Alkmaar behouden moeten blijven, al was het maar als immaterieel erfgoed.
Feyko Alkema, HVA
Het Gulden Vlies is de gouden schapenvacht van de god Chrysomallos. Deze behoorde eigenlijk toe aan de gouden ram die de kinderen van koning Athamas, Phrixus en Helle, wegvoerde, om hen te redden uit de handen van Athamas en zijn nieuwe vrouw, Ino. Op hun vlucht keek Helle, juist toen ze over de Hellespont vlogen, naar beneden en stortte in zee. Phrixus bereikte alleen zijn doel, offerde de ram en hing de gouden vacht op.
Dit gulden vlies was later het doel van een queeste ondernomen door Jason en de Argonauten. Jason had hiertoe opdracht gekregen van zijn oom Pelias, aan wie voorspeld was dat hij door toedoen van Jason zou sterven. Het vlies was in het bezit van koning Aietes van Colchis, die Jason, om het vlies te verkrijgen, drie opdrachten gaf:
- span de Colchische stieren in en ploeg hiermee een veld om
- plant drakentanden en versla het leger dat uit deze drakentanden groeit (dat deed Jason door een grote steen in hun midden te gooien)
- versla de altijd wakende draak die het vlies bewaakt
Bij het uitvoeren van de opdrachten kreeg Jason hulp van Medea, de dochter van Aietes, die zijn geliefde werd. Nadat Jason en de Argonauten het vlies veroverd hadden, zette de koning langs twee kanten de achtervolging in; de Argonauten wisten koning Aietes met een list op afstand te houden door de lichaamsdelen van Absyrtus, het gedode broertje van Medea, overboord te gooien, die alle door haar vader werden verzameld, waardoor hij slechts langzaam vooruitkwam. Uiteindelijk kwamen de Argonauten weer in Pagasae aan, vanwaar ze hun reis begonnen waren. (Bron: Wikipedia)
Foto: maker onbekend / beeld uit de Collectie Regionaal Archief Alkmaar / FO
[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][/vc_column][/vc_row]