Willem Hofdijk

Hofdijk en Alkmaar: beetje sneu

Toen onze in Heiloo woonachtige stadsdichteres Margreet Schouwenaar vorige week in de Prinsenzaal van het Stadhuis gehuldigd werd en een koninklijke onderscheiding ontving voor haar heilzame promotie van de poëzie in het stadsbeeld heeft Willem Hofdijk wellicht vanuit de hemel jaloers meegekeken. “Zij wel!”, kan hij gedacht hebben. Willem dus niet. Maandag 27 juni is het tweehonderd jaar geleden dat de vergeten Alkmaarse schrijver werd geboren op de Koningsweg. Een gevelsteen herinnert daar nog aan.  Is het erg, dat we hem niet meer kennen? Neu….Nou ja, ik wil u zeker niet aanraden om iets van hem te gaan lezen. Onleesbaar voor moderne zielen. Maar hij wilde als schrijver zo graag voor vol worden aangezien. Zocht het gezelschap van de grote collega’s van zijn dagen: Truitje Toussaint, Potgieter, Busken Huet. Maar voor zover ze iets aardigs over hem schreven was het uit mededogen. Willem schreef zo veel, dat hij er van kon leven. Want zijn klerkenbaantje op het Alkmaarse stadskantoor geeft hij eraan. Later wordt hij leraar aan het Amsterdams gymnasium. Maar zijn veelschrijverij wordt er niet beter van. Van Jacob van Lennep en de grote Britse en Schotse romantische schrijvers leerde hij alles wat hij te vertellen had over de middeleeuwen. En verder had hij een heel dikke duim. De middeleeuwen in onze streken,  daar leefde hij voor. Noemde zichzelf ‘de minstreel van Kennemerland’.  Hij zou ongetwijfeld de grootste fan van Kaeskoppenstad zijn geweest, had hij nog geleefd. Op zijn 70e wordt hij groots gehuldigd, dat wel. Maar hij omringde zich met vele dilettanten met weinig kennis en een slechte smaak. Da’s van alle tijden, nietwaar? Hoe dan ook, hij meende wel een standbeeld te hebben verdiend in zijn geboorteplaats. Het zou hem tegenwoordig, waarin men alleen al euforisch is over het verplaatsen van een bijzonder matige buste van ene R. Carrell, ongetwijfeld gelukt zijn. Maar onze vroede voorvaderen hebben dit weten te voorkomen. Waarom verdiende die ijdeltuit dan met zijn naam wel zo’n aardig straatje in Alkmaar? Goeie vraag. ‘Alkmaar weer eens op de kaart’ waarschijnlijk. Anderzijds: hoe beroerd de man ook schreef, hij heeft wel de aandacht terug gebracht voor de middeleeuwse geschiedenis van deze streek. Na zijn dagen (1888) werd het zelfs serieuze wetenschap, kwam de archeologie op, gingen we het ‘verantwoord’ en nu wèl op feiten gebaseerd nog interessant vinden ook. Maar Hofdijk zelf? Al tweehonderd jaar een Alkmaars sneu geval.