Het sluiten en daarna aangepast weer open gaan van scholen vraagt veel improvisatie. Lesgeven op afstand, uitval van leerlingen voorkomen en het maken van looproutes vragen veel van het personeel. Bijna tachtig jaar geleden improviseerde men ook al in scholen.

Op 29 augustus 1939 werd de mobilisatie van het leger afgekondigd vanwege de dreigende oorlog met Duitsland. Alkmaar had geen kazerne binnen de gemeentegrenzen dus werden scholen gevorderd om Nederlandse militairen in onder te brengen. Voor de leerlingen vond men ruimte in allerlei gebouwen zoals kerken, kaaspakhuis (klachten over stank), Waakt en Bidt, St. Elisabethziekenhuis, gymzalen en cafés. Ook in de niet gevorderde scholen werden extra klassen ondergebracht. Daar verkreeg men ruimte door de schooltijden aan te passen.

Het Murmellius gymnasium maakte onder meer gebruik van het verenigingslokaal van de Vrijzinnig Hervormden aan de Heul, het Hof van Sonoy, de consistoriekamer van de Grote Kerk en de catechesatielokalen van Kapelkerk en Grote Kerk. De leerkrachten moesten zich bij wisseling van lesuur op de fiets of te voet naar de volgende locatie haasten.

Ook het onderbrengen van klassen in cafés kwam voor. Zo werd een klas van de Aloysiusschool ondergebracht in café Muizenvreugd bij de Friesebrug en een klas van het Murmellius tijdelijk in ‘Het Wapen van Haarlem’ aan de Gedempte Nieuwesloot. De Wilhelminaschool overwoog tijdens de oorlog klassen onder te brengen in de Ringers-fabriek. Dit ging uiteindelijk niet door wegens angst voor bominslagen.

Aldus bleef het gedurende de gehele oorlog improviseren voor kinderen, ouders en leerkrachten.

Bert Muis, HVA