Koning voor Alkmaar?

‘Het christelijk geloof verdwijnt uit het Midden-Oosten, zijn bakermat’. Het NRC bracht geen vrolijke Paasboodschap met dit bericht. In de rest van de wereld houdt het ook niet over, was de suggestie. Een ontwikkeling die nog maar drie generaties terug, – de afstand in tijd van grootouder tot kleinkind -, voor onmogelijk zou zijn gehouden. Ook in Alkmaar. Een destijds pijnlijke, nu vermakelijke gebeurtenis van 70 jaar geleden illustreert dat. Mooi verhaal op weg naar 4 en 5 mei ook! Want dit gaat over een opmerkelijk, maar niet als zodanig bekend oorlogsmonument in onze stad.

Alkmaar was in 1947 nog erg katholiek en erg protestant. De oorlog lag nog vers in het geheugen. Religie in het straatbeeld was nog heel gewoon: nonnen en monniken in pij, processies, dominees met bef, Palmpasenoptochten, openlucht-kerkzangmanifestaties… Vandaag de dag kan dat al lang niet meer op grote waardering rekenen. Religie is voor achter de voordeur. Een belangrijk vertegenwoordiger van het rooms-katholieke volksdeel van de stad, J. Baart, dacht daar in 1946 nog heel anders over. Hij opperde na de bevrijding als voorzitter van het ‘Genootschap van de Stille Omgang’ het idee om een monument te plaatsen voor ‘Christus Koning’. Maar dat hoge triomfantelijke beeld van de ‘Vredevorst’ had daar eigenlijk helemaal niet moeten staan, op die hoek van de Nassaulaan en de Kennemersingel. Hoe dat zo?

Broeder Baart leek het logisch, dat de gemeente een mooie openbare plek aan het beeld van ‘Christus Koning’ zou geven. Het beeld zou immers een “blijk van dank zijn voor het gelukkige feit, dat Alkmaar ongeschonden uit den oorlog tevoorschijn mocht komen”. Baart dacht aan een mooi plein, bij de Grote Kerk bijvoorbeeld, of een drukke toegangsweg, de Bergerhout,  of een mooi plantsoen, het Clarissenbolwerk bij het Kruithuisje. De rooms-katholieke gelovigen brachten het geld op. Geen probleem!

Maar de gemeenteraad  zat met het ongevraagde cadeau flink in zijn maag. Beleefd werd er lange tijd geen antwoord gegeven op de vraag of er een plekje beschikbaar was. In de krant werd flink gespeculeerd: de protestanten vonden het afgoderij, de rooien werden niet blij van Rome. Hoe dan ook, de gemeentelijke toestemming bleef uit. De geestelijkheid liet het niet uitgroeien tot een schandaal en besloot uiteindelijk tot plaatsing op eigen terrein, voor de St. Josephkerk. Het werd op 31 oktober 1948 onthuld. Niemand ziet het daar over het hoofd. Maar wie associeert het nog met bevrijding? (foto Reinier Sierag)