Vandaag even een echte vakantie-column van ondergetekende vanuit het meest noordwestelijke puntje van Toscane – in de buurt van Aulla – van waaruit het goed uitstapjes maken is naar bijvoorbeeld Lucca, Pisa of Cinque Terre.

En zo hebben Saskia en ik gisteren inderdaad Lucca bezocht, dat – naar het schijnt – véél minder druk is dan vóór corona, en dat zal dan wel, maar het is er evengoed nog aardig bedrijvig.

Maar het gaat nu eens niet over corona. Wat mij immer opvalt aan het énorme ‘openluchtmuseum’ dat Italië eigenlijk is: oud is hier nog écht oud, en dus: sfeervol. Het Nederlands erfgoed ziet er eigenlijk doorgaans héél erg goed uit en dat is een compliment. Zit goed in de verf, zeg maar.

Maar, en even kort door de bocht: hier in Italië lijkt een andere filosofie ten grondslag te liggen aan beheer van erfgoed. De oude stad Lucca bijvoorbeeld: het ziet er bepaald niet gelikt uit, maar je weet: zo is het op zijn mooist. De stadsmuren, de pleinen, de basilica en de duomo: het ziet er uit als 500 of 600 jaar geleden. Geloofwaardig oud.

Door de imperfectie is het schilderachtig mooi. Het klimaat lijkt ingrijpend onderhoud ook bepaald niet noodzakelijk te maken. Hele oude Fiat Panda’s of Piaggio’s rijden hier ook nog onbekommerd rond.

Het rot niet ter plekke weg in de buitenlucht, zoals bij ons, in het natte westen.

Zo geeft het je een oprecht gevoel eeuwen in de tijd terug te stappen. Een historische ervaring die je aan den lijve ondervindt. Zo wás het, en zo ís het. Er is eigenlijk niets veranderd. Het is weer heerlijk om Italië te zien in haar oude, authentieke staat.

Het is niet de eerste keer en niet de laatste keer, mag ik hopen. En erfgoed-beheer lijkt hier vanzelf te gaan. Dat laatste zal wel niet het geval zijn, maar de beleving is weer geweldig.

Rob Marijn, HVA