Een aantal landgenoten legden in de Tweede Wereldoorlog een ongekende moed aan de dag. Maar moed: wat is dat precies in tijden van bezetting? Hoe voelt dat? Ons land kent al zó lang vrede, het is zo vanzelfsprekend dat hier geen ‘bezetter’ rondloopt, we kunnen ons eigenlijk geen voorstelling maken van de essentie van moed in oorlogstijd.

Het gevaar is dat ‘moed’ vooral of alleen in verband wordt gebracht met heldhaftige aanslagen waaraan, natuurlijk, een gevaar kleefde: het kon mislukken en dan was gevangenschap en, erger, marteling waarschijnlijk jouw deel. Dit kunnen we ons enigszins voorstellen, we kunnen een overweging maken: zou je het (ook) doen of zou je het niet doen?

Voor het overgrote deel van de Nederlandse bevolking was deze keuze niet moeilijk: zij deden het niet. Was dit dus een gebrek aan moed? Waren dit lafaards? Nee. De Duitsers voerden een intelligente regie als het gaat om de bezetting van Nederland en andere landen en hadden hun huiswerk goed gedaan. Een geraffineerd manipulatief systeem leek ontleend aan de boeken van Franz Kafka (1883-1924), ‘Het proces’ in het bijzonder: ‘Iemand moest Josef K. belasterd hebben, want zonder dat hij iets kwaads had gedaan, werd hij op een morgen gearresteerd.’ Zo begint het verhaal, een eindeloos slepend proces waarin hij langzaam maar zeker, stapje voor stapje, zijn dood tegemoet gaat. Zomaar, zonder dat ooit iets duidelijk wordt van de aard van de beschuldigingen of het waarom van zijn arrestatie.

Dictaturen of regimes weten feilloos in te spelen op onze angsten.

Als je werd opgepakt omdat het vermoeden bestond dat je betrokken was bij een illegale actie, werd bij verhoor eerst geïnformeerd naar het welzijn van je familie, je partner en kinderen in het bijzonder. Hiermee werd direct duidelijk gemaakt dat het lot van je familie in jóuw handen lag. Niet in hún handen; in jóuw handen. Hoe moedig ben je nu..?

Hier wilden sommige verzetshelden niet aan denken, dat leidde maar af van hun taak. Truus Wijsmuller was ook eigenzinnig, rechtlijnig, vastberaden en voor emotie was feitelijk weinig ruimte (zie haar biografie ‘Geen tijd voor tranen’). Het maakte initiatieven en acties efficiënt, gevoed door een belangrijke bron: moed.

Laatst ging deze column over Bram Daalder, een moedig mens, slechts 24 jaar jong stierf hij uitgeput begin 1945 in het concentratiekamp Buchenwald. Voor ons. Wat een moed bracht deze jongen op.

Rob Marijn, HVA