Wij waren vorige maand op bezoek in het Stedelijk Museum in Alkmaar. Hoezo?, zult u zeggen, het museum was toch al maanden dicht vanwege Covid-19? De schutters, de supervrienden van het museum, waren uitgenodigd om de verbouw van het museum met eigen ogen te bekijken.
En dat was de moeite waard. Veertig jaar geleden kwam ik al in het museum, toen nog in de Doelenstraat. Een klein museum met een jurist als directeur die vooral belangstelling had voor zilveren tabaksdoosjes. Met de opslag van schilderijen op een tochtige zolder waar het regenwater ongehinderd langs de zeventiende-eeuwse doeken droop. Wat een verschil met het museum nu. Als een AZ hoog in de eredivisie van de musea.
Maar helaas waren, in tegenstelling tot de bordelen, de musea nog steeds niet toegankelijk voor de bezoekers. Hugo de Jonge, lang niet de Hugo de Groot onder de ministers, zei dat we niet naar een concert hoeven, want: een mooie cd thuis draaien kan toch ook?
Ja, voetbalsupporters kunnen ook thuis naar Studio Sport kijken, maar willen dolgraag in het stadion zitten. Bezoekers van sexwerkers kunnen ook thuis achter de laptop zitten, maar lopen ook liever over de Achterdam en kunstliefhebbers kunnen ook een catalogus bekijken, maar willen dolgraag weer langs de schilderijen lopen.
Waarom? Omdat de emotie live veel groter is dan virtueel. (Omdat de concentratie in het theater groter is dan thuis op de bank, omdat samen juichen in het stadion meer emotie geeft dan samen met je breiende vriendin naast je, omdat met je neus voor het schilderij het craquelé je terugbrengt in de tijd. Internet is een prachtig middel om coronatijd door te komen, maar nu is het wel lang genoeg geweest.)
Kunst maakt het onzichtbare zichtbaar. In het Rijksmuseum is een niet te missen tentoonstelling over slavernij ingericht, eindelijk te bezoeken. De voorwerpen en schilderijen slaan je om de oren. We wisten het misschien wel, maar niet altijd drong het door: Nederland is in de Gouden Eeuw niet alleen rijk geworden door handel in specerijen, maar misschien nog wel meer door slavenhandel.
Ga eerst naar het Rijksmuseum, en daarna naar het Stedelijk Museum van Alkmaar en sta stil voor het portret van Wollebrand Geleynsz de Jongh van Caesar van Everdingen. Misschien heeft u de twee slaafgemaakten naast hem nooit gezien.