Minister Van Engelshoven (Cultuur) berichtte op 8 juli 2020 de Tweede Kamer een onderzoek te starten naar de stoffelijke resten van Johan van Oldenbarneveldt. Die liggen mogelijk begraven onder het gebouw van de Eerste Kamer. Op die plek stond in de 17e eeuw de Hofkapel, waaronder zich een grafkelder bevond. Op maandagmorgen 13 mei 1619 werd Van Oldenbarneveldt wegens hoogverraad op een schavot voor de Ridderzaal onthoofd. Ook Alkmaar leverde een bijdrage aan het politieke proces en zijn uiteindelijke doodvonnis.

Landsadvocaat Van Oldenbarneveldt was een invloedrijke en bekwame bestuurder. Met Prins Maurits werkte hij jarenlang vruchtbaar samen. Religieuze strijd en het streven naar vrede met Spanje dreven de twee uit elkaar. Maurits slaagde er in via benoemingen een meerderheid van medestanders in de Staten-Generaal  te verkrijgen. Die gaf opdracht Van Oldenbarneveldt te arresteren. Een speciale rechtbank werd ingesteld. De 24 leden van die rechtbank waren aanhangers van Maurits. De uitslag stond bij voorbaat vast. Jan Luyken legde de rol van de rechters vast in een spotprent (zie afbeelding).

Een van die 24 rechters was de Alkmaarse regent Pieter Janszoon Schagen (1578-1636). Handelaar en ervaren bestuurder. Hij was lid van de vroedschap van Alkmaar, alsmede lid van de Raad van State en Staten-Generaal. Als bewindvoerder van de West Indische Compagnie schreef hij in 1626 een brief, waarin hij de aankoop van het eiland Manhattan meldt. Overigens een echte aankoop van het grondgebied van het huidige New York zal het niet zijn geweest. De inheemse inwoners van America kenden geen privé-eigendom.  Daarnaast was hij ook dichter, componist en schilderde hij. Hij woonde onder meer in de Langestraat en werd begraven in de Grote Kerk. In het gemeentehuis is een kamer naar de familie Schagen genoemd.

Achteraf beweerde Pieter Janszoon Schagen dat hij in de speciale rechtbank tegen het doodsvonnis had gestemd. Wie zal het zeggen?

Klaas te Bos