Orde en tucht, daar begon het mee…

Op 15 januari 1916, 103 jaar geleden, startte de zesde gemeentelijke school aan de Snaarmanslaan. Het was de eerste openbare school buiten de grachtengordel. Op 8 januari van dat jaar kwam het  personeel  van de school bijeen in voorbereiding op de start van de school. Was het een spannende vergadering? Dat lijkt er niet op, de notulen tonen een zelfbewuste groep mensen die heel goed wisten dat ze de kinderen iets moesten leren. Naast het regelen wie welke klas kreeg,  ging het allereerst over de orde- en tuchtmaatregelen. De leerkrachten maakten het toezicht op de leerlingen overzichtelijk door te bepalen dat de leerlingen alleen achter de school mochten spelen. Bij het in- en uitgaan van de school moesten de kinderen in rijen van twee worden opgesteld en zo moesten zij ook de trappen op en af gaan. Na regeling van dit ordebesluit werd er nog een afspraak gemaakt over het schrift. Bepaald werd dat er een lopend schrift zou worden onderwezen.  De vergadering eindigde met de wens van het hoofd van de school dat ieder zijn best zou doen om de school, die nu zo mooi is, ook mooi te houden.

Het was de zesde gemeentelijke school. In de dertiger jaren werden de gemeentelijke scholen na de stichting van de Lindenschool allemaal ontnummerd en kregen namen van schrijvers en dichters. Tesselschade, Bosboom Toussaint en voor de zesde school : Nicolaas Beetsschool. Het werd voor deze school een onrustig traject. Van de Snaarmanslaan naar de Wognumsebuurt. Vandaar ging het naar de Beethovensingel tegenover de Jan van Scorelkade. Vervolgens verder de Bergermeer in en uiteindelijk is de school nu gevestigd op twee locaties in de Bergermeer (Nicolaas Beets 1 en 2) en op een locatie in het Hoefplan  (Nicolaas Beets 3).

Terug naar het jaar 1916. De eerstvolgende personeelsvergadering  was 2 maart. In deze vergadering werd na goedkeuring van de notulen van 8 januari een concept-leerplan ter bespreking voorgelegd. Na het aanbrengen van enige wijzigingen werd het leerplan vastgesteld. Vervolgens werd voor de zaakvakken “Het volle leven” van Ligthart, Scheepstra en Walstra als het enige geschikte leerboek beoordeeld.

Zo rustig en simpel ging dat toentertijd. Geen zware administratie- en registratielast die aan het personeel wordt opgelegd.  Maar vertrouwen in de ervaring van bevoegde leerkrachten die samenwerkten in het belang van het kind. De notulen van de Nicolaas Beets van ruim een eeuw geleden laten zien hoeveel er voor de docenten veranderd is.

Bert Muis