Pleinvrees in Alkmaar?

Wel ‘s in Venetië geweest? Dan kent u de bekoring van het dwalen door de smalle, eeuwenoude stegen, om geen genoeg van te krijgen. Dan plotseling die sensatie als u op een ruime, open ‘campo’ uitkomt. Het buurtplein, met kerk, waterput en bar. Liever niet in november, want dan staat het daar vaak blank, begint u niks zonder hoge kaplaarzen. Maar in de meeste andere maanden nog steeds een ‘must see’, zeker als u de gebaande paden van de massatoerist verlaat. Naar hartenlust dwalen, maar nooit ver-dwalen. Want vroeg of laat komt u onvermijdelijk weer bij een ‘canal’ uit. Dat contrast van de volle, smalle stegen en de lege, open pleinen is het betoveringsrecept van Venetië.

In menig opzicht lijkt Alkmaar op Venetië, meer nog dan Amsterdam wellicht. We hebben zelfs een “Fnidsen”, verbastering van “Venetië”. Aan middeleeuwse stegen sowieso geen gebrek. En verdwalen in de binnenstad lukt echt niet. Vroeg of laat kom je bij het water van gracht, kanaal of singel. Hoe zit het met onze campo’s? In principe hebben we er genoeg: Kerkplein, Canadaplein, Paardenmarkt, Doelenveld, Waagplein, Platte Stenenbrug, Gewelfde Stenenbrug, Noorderkade voor Ringers. Maar werken ze ook nog mee aan de betovering van Alkmaar?

De aantrekkingskracht van een leeg plein in een volgebouwde stad zit hem in de illusie van ‘alle ruimte’, die zich plotseling openbaart, het kunnen beleven van een plek waar je vrijuit kunt ademen als het ware, de lucht kunt zien ook. Pleinen zijn dus eerst en vooral ‘openbare ruimtes’. Je moet er dwars over heen kunnen lopen, krachten op doen voor je schuifelend verder gaat door de smalle stegen, gloppen en straatjes. Maar dat lukt in Alkmaar minder en minder helaas. Nu de winter invalt zijn de pleinen wat leger. Maar heel vaak, in de warmere maanden, zijn onze openbare pleinen bezet door terrassen, geparkeerde auto’s, grootschalige evenementen. Wie tien jaar geleden werd verleid in de nieuwe appartementen aan de Paardenmarkt te gaan wonen werd beloofd, dat er hooguit af en toe iets kleins zou zijn met niet versterkte muziek. Het is inmiddels een druk gebruikt evenemententerrein, met kermis, sportdemonstraties, ijsbaan, proeverijen en speciale markten. Voor Ringers en op het Doelenveld domineren de auto’s. Bij de andere pleinen de terrassen, de oliebollen- of poffertjeskramen. Gezellig, soms. Maar nauwelijks ‘openbaar’, want de ‘ruimte-voor-iedereen’ krimpt er gestaag. De betovering van het contrast van volte en leegte verdwijnt. Heeft Alkmaar soms pleinvrees?