Schoonheid vaart wel bij lelijkheid. En die lelijkheid wil je niet. Ook In onze stad is dat te zien, en dat heeft zo zijn charme. Maar dat wil nog niet zeggen dat je het moet belonen. Het stadsgezicht van na de oorlog, in de jaren ’80 beschermd, is er al lang niet meer.

De veel geprezen vrijheid van eigendom, waarbij je onder andere de economische mogelijkheden maximaal gebruikt, wordt volgens mij beperkt door de vrijheid van de ander. In onderstaand voorbeeld zijn dat de omwonende en anderen stadsbewoners, die in een leefbare stad willen wonen, werken en recreëren. Die leefbaarheid is onder andere zichtbaar door het stedelijk schoon, de harmonie van straten en de onderlinge verhouding tussen de gebouwen in onze binnenstad.

Het stedelijk schoon verdwijnt als we niet oppassen.
Het verschil tussen smalle en brede, hoge en lage panden vervlakt. Pannendaken verdwijnen met daarvoor in de plaats zink en aluminium of een plat dak. Dat was goed te zien als je klim naar de hemel maakte. Wat een verschil met bijvoorbeeld Florence, waar je dat ook zo mooi kan zien na een klim naar hun hemel. De historische kleuren met pasteltinten worden vervangen door spierwit, grijs of zwart. Sinds de nieuwe bestemmingsplannen uit jaren 2010 voor de binnenstad is er per blok een gelijke bouwhoogte mogelijk. Ook om de historische pandbreedte wordt steeds minder gegeven. Het samenvoegen wordt, met allerlei economische argumenten van de eigenaar, toegestaan. De argumenten van stedenschoon tellen steeds minder mee. Terwijl deze naast het historisch perspectief ook meetellen voor de leefbaarheid van de binnenstadbewoners en het zo toegejuichte toerisme. Het hoeft overigens niet perse historiserend te zijn wat we terugbouwen of verbouwen. Een fraai voorbeeld van moderne nieuwbouw is te zien aan de Oudegracht 99 van de hand van Frans van Hoeken uit 2002.

Alle mogelijke verbouw en nieuwbouw voeren we uit binnen de wetten en verordeningen.
In de pre-adviescommissie van de HVA, die bouwaanvragen in de binnenstad en de dorpen beoordeelt op hun historische en esthetische kwaliteit, zie ik ook een ander verschijnsel die onze stad aantast. Dat zijn de bouwplannen die door de eigenaar worden uitgevoerd zonder vergunning. Dat wordt vervolgens wel gerepareerd na ingrijpen van de gemeente. Er wordt echter geen architect ingeschakeld. Een technisch tekenbureau zet dat wat op papier wat soms nog niet klopt ook, zonder dat blijk wordt gegeven van historische en esthetische besef. Het is dan De eigenaar of ontwikkelaar die erop gokt dat het afbreken of het aanbrengen volgens een goedgekeurd plan zelden tot nooit wordt afgedwongen. Een boete is veelal niet afschrikwekkend genoegd. Hier overschrijdt de eigenaar zijn vrijheid en brengt blijvende schade aan in de binnenstad.

Ingrijpende maatregelen.
Willen wij van onze binnenstad, voor wat er nog van over is, behouden voor onze kinderen, onze kindskinderen, onszelf en de bezoekers, dan zijn ingrijpende maatregelen nodig. Daarbij moet we ten eerste het beschermd stadsgezicht effectief beschermen. En bij cowboy-gedrag verplichten de illegale verbouw terug te draaien of anders gezegd de illegale verbouw afbreken. Tot slot moeten daarvoor opgeleide lieden het ontwerp maken.

Lucas Zimmerman, HVA