Urban Farming in Alkmaar?

Ga je met je tijd mee, dan heb je al lang begrepen, dat moderne begrippen zich het best laten verpakken in het Engels. Hierboven had ook best ‘Stedelijk boeren’ kunnen staan. Maar dan vatte u ‘boeren’ misschien op als ‘oprispen’. En dat bedoel ik niet. Bovendien, met ‘stedelijk boeren’ begrijpt niemand u over de grens. Terwijl ‘urban farming’ inmiddels een internationaal hip begrip is. Vorige week kon ik met een bus vol leden van AIA, onze Alkmaarse Architecten Vereniging, een kijkje nemen in Den Haag, dat met ‘urban farming’ nog al aan de weg timmert. Bovenop een oude Philipsfabriek, net zo onttakeld en desolaat als onze Ringers, zijn hypermoderne kassen gebouwd. Een jonge enthousiaste dame, afgestudeerd bio-wetenschapper uit Delft, gaf ons een rondleiding. In enorme bassins worden vissen gekweekt. Hun met vissenpoep bevuild water wordt bewerkt met bacteriën, zodat er voedselrijk water uit ontstaat voor de groente, die een verdieping hoger groeit. De groenteplanten reinigen het water, dat daarna weer geschikt is voor de vissen. Slim, bio en duurzaam. De idee achter dit grootschalige voedselexperiment was ons dagelijks eten zo dicht mogelijk produceren bij onze woningen. Nu legt ons dagelijks eten tussen boer en bord vaak duizenden kilometers af. Dat moet in de toekomst milieuvriendelijker. Urban Farming Den Haag is de derde vestiging. Zürich en Berlijn zijn de andere twee. Ook op andere plekken in de wereld zijn er experimenten met het dichterbij brengen van de voedselproductie.

Goed beschouwd niks nieuws onder de zon. Alkmaar heeft tot in de jaren dertig van de vorige eeuw nog stadsboerderijen gekend. Eén van de laatste stond aan de Molenbuurt, moest wijken voor de komst van het zwembad. Dat er ook al lang niet meer is. Het middeleeuwse Alkmaar had aan de randen van de stad nog tal van stadsboerderijen. Namen als de Geest, de Meent en de Mient verwijzen nog naar de gezamenlijke grasvelden, waarop de stadsboeren hun vee konden laten grazen. Binnen de stadmuren was er met een al maar groeiende bevolking uiteindelijk geen plek meer voor. De boeren werden ‘buitenlui’. Na het eten uit de stad, kwam het eten uit de regio, toen uit het land en nu uit de hele wereld.

Zou ook voor onze stad over een generatie ‘boeren om de hoek’ weer heel gewoon zijn? Met de meest moderne technieken? Dan zou Ringers er wel eens uit kunnen gaan zien als op de afbeelding.