(foto: Regionaal Archief Alkmaar)
De belangstelling voor de Historische Vereniging Alkmaar groeit. Dat komt doordat mensen naarmate ze ouder worden meer interesse krijgen voor het verleden. Dan kun je wat meer terugkijken, wandelend door je oude buurtje en besef je plots dat je onderdeel van veranderingen bent. Je zoekt de geboortegrond van je grootouders, van je ouders en van jezelf. Waar kom ik vandaan, wat heeft me gemaakt tot de mens die ik nu ben..?
Soms zijn die herinneringen nog te vinden, maar: soms ook niet. Je ouderlijk huis langs die gracht, het is weg. Dat laatste geeft dan een gevoel van een litteken in je stad. Ook Alkmaar kent de nodige littekens van al dan niet gelukte ingrepen. Hoe kunnen we daarnaar kijken? Als afdrukken van het verleden of als een vingerwijzing naar de voortgaande tijd. In de restanten van vroeger lezen we immers de geschiedenis van onze stad. Vandaar ook de enorme toeristische belangstelling voor Alkmaar, voor de fraaie oude stad.
Maar hoe geven we dat verleden een toekomst? Want we moeten met dat verleden wel vooruit. Daarbij voelt het verstandig nauwgezet te reflecteren op de gevolgen van onze dadendrang. Noodzaak en wenselijkheid tegen elkaar afwegen doet een beroep op de verhouding tussen mens en monument. Gelukkig groeit het historisch besef doordat bevlogen leerkrachten inspelen op de interesse van jongeren voor geschiedenis. En daarmee laten zien dat ook jongeren onderdeel zijn van een groter historisch geheel.
Oud-HVA voorzitter J.J. Schilstra zei hierover in 1975: ‘De wetenschap dat Alkmaar alleen leefbaar is met behoud van een leefbare binnenstad, waarin de charme van het verleden bewaard blijft, doet ons meer vóóruit dan achteruit zien.’
Henk de Kruik, secretaris HVA.