Herinnering aan het vrome Alkmaar van weleer,Laat 221

Zoutend zout in Alkmaar?

Wij zijn voorstanders van vieren. Als er een aanleiding valt te bedenken: doen! 65 jaar getrouwd? Burgemeester met gebak! Lelijk station klaar? Lelijke fontein erbij! 500 jaar (ongeveer of zo) Grote Kerk? Drie ton voor een feestje! Dus ook 900 jaar Alkmaars geloof in een leven na de dood? Champagne!

Want dat moet het toch zijn wat het afgelopen weekend herdacht werd met de ernstige vrolijkheid in de rooms-katholieke St.Laurentius, samen met de broeders en zusters van de concurrerende geloven. Maar zonder jeugd. Wie gaat straks het licht uitdoen? In 1116 noteerde een ijverige monnik dat Alkmaar een kerkje opende. Weten we door een bron uit de 15e eeuw. In 1116 zong men hier voor het eerst  “Er is leven, er is leven na de dood”, om met Freek de Jonge te spreken. En dan kan je wat hebben. Ook de herinnering aan kerkelijke onderdrukking, machtsmisbruik, verdeeldheid, vrouwenachterstelling. Er was hier sinds 1116 vast veel goed bedoelde vroomheid. We kregen een wonderverhaal over wijnvlekken, mooie cultuurschatten en markante kerkgebouwen. Men zocht al die eeuwen troost en een schuilplaats in rituelen tegen de hardheid van het leven. Er zijn in Alkmaar meer dan tien verschillende geloofsinstanties die het ‘zoutend zout’ voor uw ziel willen zijn. Dat is bijbelse beeldspraak voor oprechte gelovigen. Immers, wat heb je aan zout zonder smaak. Verschillende waarheden dus, u zult een keuze moeten maken. Of niet, zoals voor de meesten geldt. Dat kan in een vrije democratische stad. En dat mag best gevierd worden. Bedenk dat op een paar uur vliegen ze je hoofd afsnijden als je anders dan die barbaarse slagers gelooft.

Hier hebben we vrijheid van geweten. Niet zo maar. Verschillende keren bevochten. Op 8 oktober 1573 als nimmer overtroffen hoogtepunt. Maar ook in de Franse tijd van gelijkheid, vrijheid en broederschap. Tenslotte tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat die vrijheid van geweten toch weer grenzen kende las ik in het Katholiek Handboek voor Alkmaar uit 1959, dat we toevallig tegenkwamen in onze boekenverzameling. In maar liefst 204 bladzijden wordt voorgeschreven hoe een katholieke Alkmaarder zich dient te gedragen. Tot en met de inrichting van zijn huiskamer. Aandoenlijk zorgzaam en vermakelijk achterhaald.

Wat leren wij van dit alles? Dat de vergankelijkheid niet is tegen te houden, en dat er niets nieuws is onder de zon. Maar vooral ook, dat de stadsgeschiedenis een schone zaak is, die leidt tot veel vermaak. Amen.