De bijna niet te bevatten historische nalatenschap van Hans Koolwijk

Krantenknipsels, foto’s, documenten, affiches, aankondigingen, advertenties, tekeningen: de nalatenschap van journalist, schrijver, verzamelaar en chroniqueur van de Alkmaarse historie Hans Koolwijk (1940-2022) – grotendeels overgedragen aan het Regionaal Archief Alkmaar - is bijna niet te bevatten. Een interview met zijn dochter Martina, door Rob Bakker:
Rudi Carrell en Hans, bij uitreiking van ‘125 jaar Victoriefeest’.

Vrolijke verbazing als Martina Koolwijk (56) een zoveelste tabblad opent op haar laptop. Politie/Justitie 1851, zien we. ,,Ja hoor…heeft-ie ook allemaal bijgehouden.’’ En met een enkele muisklik volgt een eindeloze reeks verwijzingen naar voorvallen waarmee dienders, advocaten en rechters in Alkmaar zich vanaf midden negentiende eeuw tot onze tijd bezighielden.

Bijna drie jaar na zijn overlijden wordt Martina nog steeds verrast door de nalatenschap van haar vader Hans (1940-2022), decennialang journalist bij de Alkmaarsche Courant, schrijver van meer dan vijftig boeken en fotoboeken over het Alkmaar van ooit, verwoed verzamelaar van alles van wat er maar in de afgelopen eeuwen werd gepubliceerd en verspreid in zijn stad.

Martina Koolwijk, dochter van Hans Koolwijk, toont affiche.Nog zo’n verbijsterend gegeven, waar z’n dochter de aandacht voor vraagt: alleen al de aan het Hans Koolwijk-archief gekoppelde index beslaat 1700 pagina’s. Dagelijks en met grote discipline moet hij het allemaal bijgehouden hebben. En dan te bedenken dat hij daarmee begon ver voordat computers, floppydiscs en externe geheugens hun intrede in de huishoudens hadden gemaakt.

Martina Koolwijk: ,,‘Waar is pa? Pa zit op zolder’, zeiden we vroeger altijd. Maar ik snap nu pas goed waarom hij daar altijd zat, in zijn werkkamer op zolder.’’

Toegankelijk
Dag in dag uit, bijna z’n leven lang, joeg Hans Koolwijk op feiten en verhalen uit het verleden en voegde er ook nog eens een enorme hoeveelheid nieuwe teksten, foto’s en andere aandenkens aan toe, die ieder op hun beurt ook weer in het eigen archief werden opgeslagen. Het was een hobby, maar ook een levenswerk. Niet alleen maar verzamelen en bewaren, maar ook ordenen en rangschikken, zodat het toegankelijk zou blijven. Het mocht geen ondoordringbaar oerwoud zijn waarin je het spoor bijster zou kunnen raken, dat was zijn missie. Zijn opvolgers, de speurders in het Alkmaarse verleden met dezelfde passie en inzet, moesten er ook wijs uit kunnen worden. ,,Voor mijn broer, voor mij of voor zijn kleinkinderen deed hij het allemaal niet’’, zegt Martina. ,,Hij deed het echt voor de Alkmaarse samenleving.’’

Zo breed mogelijk
Wat hem bezielde, werd hem begin jaren tachtig gevraagd in een artikel in de Alkmaarsche Courant, naar aanleiding van de presentatie van zijn dertiende boek ‘Kijk op Alkmaar’. Hij wist het ook niet precies. ,,Ik denk dat ik de mensen wil attenderen op de schoonheid van Alkmaar.’’

Hans wilde de interesse van een zo breed mogelijk publiek wekken. Dat lukte en betaalde zich uit. Hij reeg met boeken vol foto’s en teksten in een levendige, luchtige stijl de verkoopsuccessen aaneen. Humor en oog voor detail kenmerkten de verhalen. De stijl was ‘los’. Er slipte wel eens een foutje doorheen, erkende hij, maar dat werd dan in de volgende druk weer recht gezet. De ambitie om puur wetenschappelijk bezig te zijn met de historie ontbrak. ,,Daar heb ik de wetenschappelijke achtergrond niet voor’’, vond hij. ,,Als je dat toch wilt, ga je onherroepelijk onderuit.’’

Pianostemmer
Hoe en wanneer het begon is niet helemaal te achterhalen. Ook Martina moet het antwoord schuldig blijven. Geïnteresseerd in geschiedenis was hij altijd al, maar dat hij journalist en auteur van boeken over de Alkmaarse geschiedenis zou worden, dat lag in z’n jonge jaren helemaal niet voor de hand. Op de LTS werd hij opgeleid tot timmerman, maar dat vak oefende hij in de praktijk nooit uit. Hij raakte verzeild bij muziekhandel Ypma, werd pianostemmer en pianobouwer en kwam bewust met de historie van de stad in aanraking toen hij voor Ypma naar het gemeentearchief ging om gegevens te verzamelen rond het honderdjarig bestaan van het bedrijf. Er bestonden toen vrijwel geen boeken over de geschiedenis van Alkmaar. Hans zag zijn kans schoon. Na Ypma werkte hij voor het bestuur van Stadsherstel, een organisatie die zich inzette voor de bescherming van oude panden in de binnenstad. Zo kwam Hans ook in contact met raadsleden en de plaatselijke journalistiek. Hij begon als freelancer verhalen over het Alkmaarse verleden te schrijven voor de Alkmaarsche Courant en raakte vervolgens betrokken bij Het Stadsblad, werkte een korte periode bij het Noordhollands Dagblad en was chef van acht huis-aan-huisbladen. En altijd hield het Alkmaarse verleden hem bezig. Dat hij op 29-jarige leeftijd in een totaal ander vak kon stappen, dat zo goed combineerde met zijn hobby, dat vond hij een kwestie van ‘mazzel’.

Foto van Hans Koolwijk in 1980.Achterop de brommer
In 1970 kwam zijn eerste boek uit: ‘Honderd jaar Stadsontwikkeling 1870-1970’. Martina’s vroegste herinneringen aan haar vader als boekenschrijver stammen uit 1974. Zij als 6-jarige achterop de brommer bij moeder Francien, die de verspreiding van ‘Het Historisch Genealogisch dagboek, achttiende eeuw’ op zich had genomen. ,,Dat had hij zelf gedrukt op de stencilmachine die in de kelder van de bibliotheek stond.’’

Een jaar later verscheen ‘Alkmaar bij gaslicht’, een groot succes dat ook de aandacht buiten Alkmaar trok. Nog altijd is de titel bij antiquarische boekhandels terug te vinden. In het boek werd het leven belicht van de ‘gewone Alkmaarder’ in de periode 1880 tot 1930, in het voorwoord omschreven als ‘de meest enerverende halve eeuw in de geschiedenis van Alkmaar’, waarin de stad en de samenleving talloze ingrijpende veranderingen onderging.

In 1880 hadden de notabelen het nog voor het zeggen in Alkmaar. De gewone burgerij moest van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat een schamele boterham zien te verdienen. Rond de eeuwwisseling begon het beeld te kantelen en kwamen steeds vaker gemeenteraadsleden in het geweer om ‘Alkmaar wakker te schudden uit de slaap van de vorige eeuw’. Hans wierp in de inleiding van het boek de vraag op of ‘die goede ouwe tijd’ eigenlijk wel zo goed was.

Onrecht
,,Onrecht was wat hem vaak bewoog’’, zegt Martina. ,,Hij keerde zich tegen misstanden. Hij schreef daar dan ook over, eerlijk, recht voor z’n raap en objectief. Daar maakte hij zich lang niet altijd geliefd mee, maar hij liet zich niet intimideren. Dat heeft ons gezin ook wel eens in de problemen gebracht. Toen we in het Rode Dorp woonden, aan de Tienenwal, had hij een stuk geschreven dat niet in goede aarde viel bij de buurt. De eieren vlogen bij ons tegen de ramen. We zijn daar min of meer weggepest. Maar Hans bond nooit in. Hij bleef gewoon schrijven wat hij vond.’’

Knoest
Haar vader deed ook dingen die anderen niet durfden, of niet gepast vonden, vertelt Martina. Zo wist Hans af van het bestaan van een knoest in de houten vloer van de zolder boven de raadszaal van het stadhuis. Legde je daarop je oor te luisteren dan kon je horen wat er beneden je in de raadszaal gezegd werd. Dus ook als de raadspolitici achter gesloten deuren – zonder pers en publiek – nog even door vergaderden. Zo heeft Hans de nodige nieuwtjes uit het stadhuis gehaald, die eigenlijk nog geheim moesten blijven.

Maar zo ging het niet in 1995 in de aanloop naar de benoeming van Ronald Bandell tot burgemeester van Alkmaar, een affaire die door toedoen van Hans landelijke aandacht trok. De raadsleden waren, zoals gebruikelijk, achter gesloten deuren geïnformeerd over de kandidaat-burgemeesters, onder wie Bandell. Het was verboden iets over het beraad naar buiten te brengen. Wie dat toch deed moest de strafrechtelijke gevolgen onder ogen zien. Toch stonden de namen van de kandidaten de volgende dag in de krant. Dit tot grote ontzetting en woede van de gemeente Alkmaar.

Aangifte
Hans was de auteur van het artikel, maar wie had de geheime code gebroken? Burgemeester Jaap Pop, die op het punt stond om naar Haarlem te vertrekken, deed namens B en W aangifte. Raadsnestor Arend Lind van Stadsbelang eiste een justitieel onderzoek. Hans wist dat het schenden van de geheimhoudingsplicht als een strafbaar feit werd gezien en zweeg over zijn bron. Ook toen de Rijksrecherche werd ingeschakeld en hij in een apart kamertje op de redactie onder handen werd genomen door een rechercheur. Gedreigd werd met gijzeling als hij zijn bron of bronnen niet zou prijsgeven. Er werd voor hem een advocaat ingeschakeld. Er kwam landelijke publiciteit op gang. De Nederlandse Vereniging van Journalisten kwam in het geweer, want een journalist heeft ‘verschoningsrecht’, hij hoeft zijn bronnen niet prijs te geven.

Hans hield de kaken stevig op elkaar. Na verloop van tijd raakte de druk van de ketel en werd er over de zaak Bandell niet meer gesproken. Justitie besloot geen onderzoek in te stellen. Nooit werd bekend wie Hans had geïnformeerd. Het door hemzelf aangelegde ‘Dossier Bandell’ blijft gesloten. ,,Het ligt te gevoelig’’, zegt Martina, na overleg met haar moeder Francien.

Sport
Martina: ,,Misschien was het voor hem ook wel een beetje de sport om te vertellen wat nog niemand van zijn lezers wist. Hij genoot daar van. Neem nou dat afluisteren van geheime vergaderingen…dan ga je in mijn ogen wel ver hoor. Maar hij deed dat gewoon.’’

Martina geeft nog een voorbeeld van die gedrevenheid van haar vader. ,,Toen de vloer van de Grote Kerk open werd gelegd voor een restauratie en de aanleg van vloerverwarming, kwamen al die graven onder de vloer bloot te liggen. Hij stond daar natuurlijk met z’n neus bovenop. Op een dag zag hij een schedel ergens apart op een muurtje liggen. Die nam hij mee naar huis. Wie doet nou zoiets? Nou hij dus wel. Die schedel – afkomstig van een kind, bleek toen hij er z’n tandarts naar had laten kijken – heeft jarenlang in een vitrine in zijn werkkamer gestaan. Uiteindelijk had hij er vrede mee dat die schedel bij ons uit huis ging. Via via hebben we het beschikbaar gesteld als lesmateriaal van een biologiedocent.’’

Jaagpad
Hans Koolwijk bleef na zijn vertrek bij de krant onverminderd werken aan nieuwe boeken. Er stond een uitgave over de geschiedenis van het Jaagpad – van industriegebied tot moderne woonwijk – op stapel. Hij had een inventarisatie gemaakt van panden aan de Laat en de Langestraat door de eeuwen heen. Ook buiten al die publicaties om bleef hij ijveren voor het behoud van wat mooi en historisch waardevol is in Alkmaar. Regelmatig verzorgde hij filmavondjes waarop het stedenschoon van Alkmaar door de jaren heen werd benadrukt. Hij zocht erkenning en kreeg die ook van de gemeente Alkmaar toen hij uit handen van toenmalig burgemeester Marie van Rossen de penning van verdienste van de stad ontving. Van Rossen memoreerde bij die gelegenheid zijn vaak kritische houding tegenover het gemeentebestuur. Hans reageerde dat juist die kritiek voortkwam uit liefde voor de stad. En die liefde zat diep bij Hans Koolwijk.

Rob Bakker.