De ontdekking van Alkmaar

“Wat een mooie stad, groter dan we dachten, leuke winkels, de panden goed onderhouden, mooie grachten en bruggen, wat een grote kerk, en zo ging het maar door. Toen wij later nog een terrasje pikten zat heel Leiden er toevallig ook en begonnen de loftuitingen opnieuw. Bewijs dat ze het oprecht meenden.” Mart, één van onze gidsen, meldde mij enthousiast hoe leuk de ontvangst was van de zestig leden van de bevriende historische vereniging uit Leiden. Volgende dag een ingezonden brief in de krant hoe zeer men genoten had van het Stedelijk Museum en van de erudiete museumgids Ingrid. Tenslotte lovende reacties op onze facebookpagina over de ontzetwandeling van 2 oktober. U zult begrijpen, dat ik als voorzitter van onze mooie vereniging gloei van trots bij de waardering voor onze stad en onze kundige gidsen. Bovendien, het woord ‘kaas’ is niet gevallen, niet één keer. Dat scheelt. Alkmaar heeft zo veel meer te bieden dan het gratuite en geïmporteerde broodbeleg. Het is het stadsschoon, het authentieke ervan, het goede onderhoud, het gezellige stratenplan en het winkelaanbod die de aantrekkelijkheid en de identiteit van Alkmaar bepalen. Ook zonder Eftelingachtige evenementen en het hopsaheisa-horecabeleid is Alkmaar een sterk merk. Aanmerkelijk sterker zelfs zonder al die overdreven marketingplannen. Alkmaar bloeit, net als Amsterdam in de jaren tachtig: met stijl, cultuur en vriendelijkheid. Meer is niet nodig. Ondertussen had ik vorige week vrijdag het genoegen om met Alkmaarse architecten de stad Arnhem te bezoeken. Het spectaculaire nieuwe NS-station had onze volle aandacht. En het verbluffende Rozet-gebouw voor erfgoed en cultuur, de originele revalidatiekliniek Hoogklimmendaal ook. Zo’n bescheiden maar transparant in de bosomgeving opgenomen zorggebouw zou hier niet misstaan in De Hout. Weer veel nieuws geleerd die dag. Maar ook dat Arnhem ondanks deze opmerkelijke nieuwbouw hopeloos op zoek is naar een eigen identiteit. Er is van alles geprobeerd: een armoedig ogende aluminium bioscoop van JT, een rood op zijn rug liggend aardvarken zo groot als een overzichtelijke supermarkt. Alsof de stad bij de bombardementen in de oorlog voor goed zijn ziel verloren heeft. De ongebreidelde dominantie van de horeca met lelijke terrassen in het nog een beetje historische stadscentrum leert wat het voorland van Alkmaar is als de horecavrienden van ons stadsbestuur hun zin krijgen. “Wat een mooie stad”, horen wij regelmatig bij onze rondleidingen. Onze gasten ontdekken Alkmaar. “Hemels”, zei iemand opgetogen. Is dat niet genoeg? Less is more!