Hoera voor de Hofjes!

Wie wil dat niet: lekker overzichtelijk wonen, geen druk verkeer voor je deur, een mooie goed onderhouden tuin, nette buren, schappelijke kosten, van tijd tot tijd een cadeautje van de huisbaas, hulp bij huishoudelijke klusjes, een oogje in het zeil als je eens ziek bent…

Nee, dit gaat niet over een chique senioren-resort in Bergen of Schoorl, of –goedkoper- in Spanje of Turkije. Het zou zo maar kunnen. Dit gaat over onze Alkmaarse hofjes. Zo kunnen wonen, dat moet de idee zijn geweest achter de stichting van de hofjes. Tot op de huidige dag is er nog belangstelling voor deze woonvorm, zij het, dat er veel meer variëteit onder de bewoners is, dan de 16e en 17e eeuwse stichters voor ogen stond. Destijds ging het louter om meestal verarmde mannen of vrouwen uit de gegoede burgerij. In de nog functionerende hofjes wonen naast de alleenstaande senioren nu ook vaak jongeren, die nog helemaal niet de kans hebben gehad om te verarmen of om rijk te worden. Ze wilden gewoon een knus huisje in de gezellige binnenstad. En hadden geluk.

Alkmaar had ooit maar liefst zestien hofjes. Er zijn er nu nog zes. Het Wildemanshof aan de Oudegracht is wellicht de bekendste. De grootste ook. En de mooiste, zeker als aan het eind van dit jaar de grondige restauratie voltooid is. Amsterdam, Haarlem en Leiden hebben meer hofjes. Maar als je kijkt naar de grootte van onze stad in de 17e eeuw, met slechts ca. 4000 inwoners, dan is Alkmaar met zijn toentertijd zestien hofjes eigenlijk niet de vierde, maar relatief gezien de eerste hofjesstad van Nederland. Onze hofjes waren bovendien anders. Men sprak hier van Provenhuizen, want je kreeg er een ‘prove’, zal vast jaloers zijn vastgesteld. Een Kerstpakket zouden we tegenwoordig zeggen. Toen was het een winterrantsoen met spek, boter, kaas en turf. “Nou, dat willen wij ook wel”, zullen de paupers van de stad gedacht hebben, zo’n prove!

Over de geschiedenis van de Alkmaarse hofjes valt veel te vertellen. Wie de stichters waren en welke reglementen er golden. Wat voor mensen de regenten waren. Wat er gebeurde als hun geld op was. Wie er konden komen wonen en wie juist niet. En hoe het tegenwoordig gaat op de nog bestaande hofjes. Wie er nu wonen en hoe dat is. Historicus Jurjen Vis kon er dankzij genereuze giften van veel Alkmaarse instellingen drie jaar grondig onderzoek naar doen. De Stichting Alkmaarse Historische Publicaties publiceert zijn boek van bijna 400 bladzijden met veel afbeeldingen op 19 november. Wie zeker wil zijn van een bijzonder Alkmaars Sinterklaas- of Kerstcadeau dit jaar haast zich dan naar de Alkmaarse boekwinkels. “Levende geschiedenis”, moet u maar denken, als u weer eens langs een hofje loopt in de binnenstad. En ook: “Hoera voor de hofjes”, want we moeten er zuinig op zijn met zijn allen.