foldertje
Alkmaar in de Klas 
inhoud Alkmaar in de Klas

Historische Vereniging Alkmaar

De Gouden Eeuw van Alkmaar -------------- havo-vwo


Het gewest Holland hoorde rond 1560 bij het grote wereldrijk van koning Filips II. Vanuit zijn paleis nabij Madrid regeerde Filips over Spanje, Midden-Amerika en grote delen van Europa. ‘Nederland’ bestond nog niet. En Alkmaar, middelgrote stad in het verre en koude Holland, was voor de koning niet meer dan een vlekje op de kaart.

Honderd jaar later was Nederland het meest welvarende land van Europa. Zo welvarend, dat we de 17e eeuw ook wel de Gouden Eeuw noemen. Het was de tijd van beroemde schilders als Rembrandt en Vermeer, van de Verenigde Oost-Indische Compagnie en van rijke kooplieden die deftige grachtenhuizen lieten bouwen.
Nederland was intussen een zelfstandige staat geworden. Dat gebeurde na een lange periode van oorlog en godsdienststrijd. De provincies die nu samen Nederland vormen, streden voor meer zelfstandigheid en tegen de onderdrukking van hun geloof. Die strijd was kort na 1560 begonnen.
Wat was daar allemaal van in Alkmaar te merken? Kreeg de stad ook te maken met godsdienststrijd en met oorlog? Wat betekent het gezegde ‘Bij Alkmaar begint de Victorie’? En was de 17e eeuw ook voor de Alkmaarders een ‘gouden’ eeuw?
Over deze vragen gaat dit lespakket. Het gaat over Alkmaar in de tijd van de godsdienststrijd, de Nederlandse Opstand en de oorlog tegen Spanje. Het pakket sluit aan bij de paragrafen over de Nederlanden in de 16e en 17e eeuw in je leerboek.
Het eerste onderdeel van dit lespakket (A) doe je in de klas. Je krijgt daarvoor een boekje met bronnen over de Gouden Eeuw van Alkmaar. Voor het tweede onderdeel (B) ga je op onderzoek in het Stedelijk Museum. Het derde onderdeel (C) is een speurtocht door de binnenstad van Alkmaar. Je gaat daar zelf op zoek naar sporen uit de 16e en 17e eeuw.

Op de volgende bladzijden kon je drie thema’s tegen:
1. Katholieke en protestantse Alkmaarders
2. Alkmaar en de Opstand
3. De Gouden Eeuw van Alkmaar


1. Katholieke en protestantse Alkmaarders



De bouw van de Grote Kerk


Heb je de Grote Kerk wel eens goed bekeken? Het is één van de oudste en mooiste gebouwen van Alkmaar. De bouw begon aan het eind van de Middeleeuwen, in het jaar 1470. De kerk werd versierd met grote ramen van gekleurd glas, schilderingen, heiligenbeelden en altaren waar priesters de mis lazen. In 1520 was het werk klaar. De Alkmaarders waren trots op hun mooie, nieuwe kerk. De Grote Kerk was de kerk van àlle burgers van de stad. In die tijd hadden zij namelijk allen hetzelfde, rooms-katholieke geloof. Ze noemden hun kerk naar Sint Laurens, hun beschermheilige.

bron 1   bron1a
bron1b


opdracht 1 a  Waarom kan je de Grote Kerk in 1520 de kerk van ‘alle Alkmaarders’ noemen?
Gebruik bron 1
b
 Op deze afbeelding zie je de bouw van een kerk in de Middeleeuwen. Leg aan de hand van deze afbeelding uit waarom de bouw zo lang duurde.

                                                      

Het wonder van Alkmaar

Op 1 mei 1501 is het werk aan de Grote Kerk nog in volle gang. Toch is het er die dag een drukte van belang. Uit de verre omtrek zijn pelgrims naar de stad gekomen. Ze komen voor de herdenking van het Heilig Bloedwonder. Dat wonder wordt elk jaar gevierd met een processie, een plechtige optocht.
Deze keer is de menigte nog groter dan anders. Het stadsbestuur heeft bekend gemaakt dat er aflaatbrieven te krijgen zijn. Wie naar Alkmaar komt om het Heilig Bloed te vereren en geld geeft, kan meer dan tweeduizend dagen ‘aflaat’ verdienen. Dat willen veel gelovigen wel. Zij geloven dat zij dan na hun dood minder lang in het vagevuur hoeven te boeten voor hun zonden.

Bron 2  Het verhaal van Folkert.

Het wonder van Alkmaar gebeurde volgens de overlevering op 1 mei 1429. De jonge priester Folkert mocht die dag in de Grote Kerk zijn eerste mis houden. Maar Folkert had iets belangrijks verzwegen. Vóór hij priester werd was hij soldaat geweest. Hij had mensen gedood. Daarvoor had hij geen vergeving gevraagd.

Tijdens de mis morste Folkert een paar druppels miswijn op zijn priestermantel. Toen hij later de vlekken wilde wegvegen lukte dat niet. De wijndruppels lekenwel veranderd in bloed! Folkert knipte het stuk stof uit zijn mantel en verbrandde het. Maar de bloedsporen kwamen terug op een ander stuk van zijn mantel. Dat moest een teken zijn van God. Een wonder.

Het lapje stof werd goed bewaard en opgeborgen in een zilveren houder. Elk jaar op 1 mei werd het wonder herdacht. Toen de Grote Kerk in handen van de protestanten kwam, werd de zilveren houder door katholieke Alkmaarders in veiligheid gebracht. Eeuwenlang bleef het wonder verborgen. Nu wordt het bewaard in de katholieke Sint Laurentiuskerk aan het Verdronkenoord.

 Stukje van een vierluik (schilderij met vier panelen)
over het “Heilig Bloedmir
akel”

bron2

Bron 3  Het stadsbestuur van Alkmaar bepaalde in 1501:

 “Iedereen die op 1 mei naar Alkmaar komt om het Heilig Bloed te vereren, krijgt een vrijgeleide van vier dagen. Wie bij het Heilig Bloed eenmaal het Onzevader en drie maal het Ave-Maria bidt, en een offerande doet, die verdient zesentwintighonderd en veertig dagen aflaat.”
Vrijgeleide = iemand krijgt bescherming en hoeft geen tol te betalen

Offerande = gift

 Aflaat = kwijtschelding van straf die je na je dood zou moeten betalen door in het vagevuur te branden

     

 opdracht 2 Gebruik bron 2 en 3.
a
  Veel plaatsen hadden in de Middeleeuwen hun eigen wonderbaarlijke gebeurtenis, net als Alkmaar. Voor een stad of dorp was het van groot belang om zo’n eigen wonder te hebben. Dat was niet alleen om godsdienstige reden. Bedenk om welke reden nog meer.
b   Bedenk een reden waarom het stadsbestuur meewerkte aan de verkoop van aflaten.

                           

De eerste protestanten

De bouw van de Grote Kerk is in 1520 klaar, maar al snel is het gedaan met de eenheid van geloof onder de Alkmaarders. Steeds meer mensen hebben kritiek op de katholieke tradities. Zij vinden de aflaatbrieven bedrog, waarmee kerken en kloosters mensen misleiden om er geld aan te verdienen. Ook het geloof in wonderen en de verering van heiligen is volgens hen maar bijgeloof. Zij vinden dat christenen alleen moeten geloven wat in de bijbel staat. Bovendien is er kritiek op de kerkdiensten, die vaak nog in het Latijn gehouden worden. Geen mens kan dat verstaan. Zelfs de priesters zelf spreken vaak maar amper Latijn; ze doen maar wat.
De mensen die protesteren tegen de misbruiken in de katholieke kerk, worden ‘protestanten’ genoemd. Zij willen een ‘hervorming’ van het oude, rooms-katholieke geloof. Ook in Alkmaar groeit hun aantal.


Bron 4  De Alkmaarse kloosters

bron4

De Grote Kerk was in 1500 niet het enige kerkelijke gebouw in Alkmaar. De stad telde ook zes grote kloosters, waar monniken en vrome vrouwen (begijnen) woonden. Samen hadden de kerkelijke instellingen bijna veertig procent van de Alkmaarse grond in eigendom. Buiten de muren bezaten zij de beste landerijen en akkers, die zij verhuurden aan boeren.

De kloosters concurreerden ook met de ambachtslieden in de stad. In de vrouwenkloosters werd wol en linnen gesponnen en geweven. Omdat de vrouwen niet voor hun werk betaald kregen, konden de klosters hun wol en linnen tegen een lage prijs verkopen. De spinners en wevers in Alkmaar klaagden regelmatig over de concurrentie van de kloosters. Kloosters betaalden niet mee aan de uitgaven van de stad. Gewone Alkmaarders betaalden belasting op brood, zout en bier. Priesters en kloosterlingen betaalden niets. Kerken en kloosters hadden vrijdom van belasting.

 
 opdracht 3 a  Welke drie punten van kritiek op de katholieke kerk worden genoemd?
Gebruik bron 4.
 b  In de tekst bij bron 4 staan nog meer punten van kritiek. Welke?

                      
                   
Cornelis Cooltuin en Jan Arentsz

Een van de mensen die in Alkmaar het geloof willen hervormen, is Cornelis Cooltuin. Hij is priester in de Grote Kerk. Hij vertelt zijn toehoorders over de nieuwe, protestantse ideeën. Dat brengt hem al snel in moeilijkheden. Want de leiders van de katholieke kerk en Filips II verbieden de verspreiding van protestantse denkbeelden. Zij vinden die denkbeelden verkeerd en gevaarlijk. Gevaarlijk voor het katholieke geloof, gevaarlijk voor de rust en eenheid in het land. Filips geeft het bevel om protestanten gevangen te nemen. Wie bij zijn verkeerde denkbeelden blijft, moet worden gedood. Cornelis moet vluchten, ver weg, naar Duitsland.
Cornelis’ aanhangers blijven in Alkmaar in het geheim bij elkaar komen. Een van hen is de mandenmaker Jan Arentsz. Hij kan prachtig over het nieuwe geloof vertellen. Hij wordt hun nieuwe leider.
Ook in andere steden groeit het aantal protestanten. Steeds vaker gaan zij eigen bijeenkomsten houden, ook al heeft de regering dat verboden. Zij komen bij elkaar buiten de stadsmuren, in het open veld. Daar luisteren zij naar hagepreken, preken in de open lucht. Jan Arentsz wordt een beroemd hageprediker. Hij predikt bij Alkmaar, bij Heiloo, bij Bergen, bij Hoorn, bij Haarlem. Soms luisteren er wel 2000 mensen.

Bron 5   Jan Arentsz preekt de Hervorming voor het volk bij het Huis ter Kleef te Haarlembron5
                                                               
       
opdracht 4  a  Leg uit waarom Filips en de katholieke leiders de protestantse ideeën gevaarlijk vonden.
Gebruik bron 5                  
b  Leg uit wat Jan Arentsz op deze prent doet.
c  Waarom kwamen de protestanten niet in een kerk bij elkaar?


Opstand in Holland


In 1572 breekt in Holland een opstand uit tegen de regering van koning Filips II. Het gaat daarbij niet alleen om het wrede optreden tegen de protestanten. Veel mensen zijn ook boos omdat zij hoge belastingen moeten betalen. Anderen omdat de koning zich weinig aantrekt van hun oude rechten. Al snel is het oorlog. Ook tussen de Hollanders onderling. Gewapende protestanten bedreigen katholieke burgers die de koning trouw willen blijven. Het lijkt wel of katholieken en protestanten niet in vrede kunnen leven.De Grote Kerk protestants Ook in Alkmaar is het opstand. Op de stadsmuur steken de protestanten de vlag uit van prins Willem van Oranje. Hij is de leider van de Opstand. Ook hij strijdt tegen de regering. Hij vindt dat iedereen vrij moet zijn in zijn geloof.
Maar van de verdraagzaamheid die Willem van Oranje wil, komt niets terecht. Opstandige protestanten spelen nu in Holland de baas. Zij eisen overal de kerken op. Zij verjagen priesters en monniken uit de kloosters. Ook in Alkmaar. De protestanten nemen de Grote Kerk in bezit. Ze halen de heiligenbeelden, schilderingen en altaren weg. Jan Arentsz kan nu eindelijk in een echt kerkgebouw preken. Hij wordt de eerste protestantse predikant van de stad.
Vanaf nu zijn de rollen omgedraaid. De katholieke Alkmaarders hebben geen eigen kerk meer. Katholieke missen worden verboden. Alleen in het geheim, op zolders en in schuren, kunnen ze hun diensten houden. De eenheid van godsdienst is verdwenen. Burgers van verschillend geloof moeten nu in de stad proberen samen te leven.


Bron 6   Binnenkant van de Grote Kerk. Schilderij van Pieter Jansz Saenredam uit 1661bron6

opdracht 5  a  De godsdienst was voor de Hollanders niet de enige reden om in opstand te komen tegen de regering van Filips II. Noem twee andere redenen.                    
b  Je kunt zeggen dat koning Filips II en de protestanten allebei onverdraagzaam waren. Leg uit waarom. 
c  Denk je dat de protestanten zichzelf onverdraagzaam vonden? Leg je antwoord uit.
d  Wat veranderden de protestanten aan de Grote Kerk?
Gebruik bron 6.
e
 Bedenk of dit schilderij van de Grote Kerk uit katholieke of uit de protestantse tijd is. Leg je antwoord uit. 
          
                         


2. Alkmaar en de Opstand


Het beleg van Alkmaar

Op 21 augustus 1573 luiden in Alkmaar de noodklokken. Het Spaanse leger is in aantocht! Duizenden soldaten met paarden en karren naderen de stad. Zij slepen zware kanonnen mee. De Alkmaarders weten wat hun te wachten staat. Als zij de soldaten niet binnenlaten, zullen die de stad met geweld innemen, de inwoners vermoorden en hun huizen plunderen. Veel burgers zijn gevlucht. De achterblijvers hebben de poorten gesloten. Zij zijn vastbesloten om zich te verdedigen. Zelfs als ze dat met hun leven moeten betalen. De Spaanse troepen bezetten alle toegangswegen en slaan het beleg voor de stad. Zij zetten hun tenten op bij Oudorp, Huiswaard, Sint Pancras, Koedijk en andere dorpen in de omgeving. Alkmaar is omsingeld, de inwoners zijn van de buitenwereld afgesloten. Lukt het de Spanjaarden niet met geweld, dan zullen zij de Alkmaarders door uithongering tot de overgave dwingen.
Waarom wil het leger de stad bezetten? En waarom zijn de Alkmaarders zo bang? Het is toch het leger van hun eigen regering dat voor de poorten staat? Het leger komt een einde maken aan de opstand die een jaar eerder in Holland is uitgebroken. Alkmaar doet mee aan de Opstand: het heeft de kant van Willem van Oranje gekozen. De hertog van Alva, die het land in naam van koning Filips II bestuurt, heeft besloten de opstandelingen zwaar te straffen. Hij heeft zijn zoon Don Federique met 16.000 soldaten op weg gestuurd om de opstandige steden te heroveren. De Spaanse troepen hebben in Holland eerst Naarden ingenomen. Daarna was Haarlem aan de beurt. Bloedig hebben ze afgerekend met de protestanten en iedereen die de opstandelingen heeft gesteund. Als ook Alkmaar valt, ligt heel Noord-Holland voor het Spaanse leger open. Dan is het snel met de Opstand gedaan. Dan is Filips weer heer en meester in de Nederlanden.

Bron 7 De belegering van Alkmaar gezien vanuit het zuiden. Schilderij van Pieter Adriaensz Cluyt uit 1580
bron7


opdracht 6 a  Opstandelingen of rebellen zijn mensen die strijd voeren tegen de wettige regering van hun land. Kun je ook de Alkmaarders in 1573 rebellen noemen? Leg je antwoord uit.
b  Bedenk of de Alkmaarders zichzelf als rebellen zagen. Leg je antwoord uit.
c   Waarom was het voor de hertog van Alva belangrijk om Alkmaar in handen te krijgen?
Gebruik bron 7 en werkblad 1.
d
  Bekijk dit schilderij van het Spaans beleg goed en lees de toelichtende tekst. Ga nu zelf aan de slag met de afbeelding op je werkblad. Schrijf in de tekstballonnen wat Don Federique, de Spaanse soldaten, de Alkmaarders en de boeren hier volgens jou dachten en zeiden over het beleg.
   
                                        

De Spanjaarden vallen aan

De Alkmaarders staan tegenover een grote overmacht. In de stad zijn 1200 gewapende burgers en een leger van 800 protestantse watergeuzen, dat door Willem van Oranje als versterking is gestuurd. Het Spaanse leger telt minstens 6500 soldaten. In de stad is tekort aan buskruit voor het geschut. Het voedsel zal snel opraken. Maar ook de Spaanse soldaten hebben het moeilijk. Zij staan in het drassige Hollandse land soms tot hun enkels in het water. Hun zware kanonnen zakken weg in de modder. Pas na een paar weken zijn de voorbereidingen voor de grote aanval klaar. Die begint op 18 september. Het gebulder van de Spaanse kanonnen is tot in Amsterdam te horen.



opdracht  7 a  Waarom duurde het zo lang voordat het Spaanse leger aanviel?
b  Bedenk waarom in Alkmaar het voedsel dreigde op te raken.
Gebruik bron 8 en 9.
c  Beschrijf in je eigen woorden het verloop van de strijd bij de Friesepoort op 18 september.  
d  Bedenk waarom de Alkmaarders brandende hoepels, kokende olie en ‘hete pis’ naar de Spaanse soldaten gooiden. 
e  Stel: jij was op 18 september 1573 in Alkmaar geweest. Kun je zeggen wat jij waarschijnlijk had gedaan?
  
                    
Een dappere timmerman

Al vóór de grote Spaanse aanval is stadstimmerman Maarten Pietersz. van de Mey ongemerkt uit de stad ontsnapt. Met zijn polsstok springt hij over sloten en greppels, dwars door de Spaanse linies. In de stok heeft hij brieven verborgen van het stadsbestuur en van de geuzen. Hij brengt de brieven naar Enkhuizen, naar Diederik Sonoy, de commandant van Willem van Oranje. De Alkmaarders en de geuzen smeken Sonoy om de stad te helpen. Zij kunnen de strijd niet lang meer volhouden.

Bron 10      bron10

De polsstokbriefjes van Maarten Pietersz. van der Mey. 
Ze zijn terecht gekomen in het Regionaal Archief. Een stukje uit de tekst:

“Wij verzoeken u dringend ons met de grootste spoed te ontzetten (bevrijden), zodat wij niet in handen van de tirannen vallen. Want wij verkeren in grote nood en hebben geen buskruit meer, en niets anders om de vijand te weerstaan dan onze vuisten en zwaarden. Dus haast u, stuur ons soldaten en steek de dijken door, anders zijn wij allen verloren  (…..) 

                                  
   
 opdracht 8  Gebruik bron 10.
a
 Wie bedoelen de briefschrijvers met ‘de tirannen’?
b  Op welke twee manieren moet Sonoy de Alkmaarders te hulp komen?
c  Bedenk waarom de Alkmaarders Sonoy vragen om de dijken in Noord-Holland door te steken.
d  Bedenk hoe de andere Noord-Hollandse steden en dorpen over dit plan dachten. Leg je antwoord uit.
                  
                                     

8 oktober: bij Alkmaar begint de victorie

Diederik Sonoy geeft tenslotte bevel de dijken door te steken en de sluizen open te draaien. Langzaam begint het water in de meren en sloten rondom de stad te stijgen. Vanaf de muren zien de Alkmaarders hoe de Spaanse soldaten hun tenten opbreken. Op 8 oktober blazen de laatsten de aftocht. Het beleg is mislukt. Zeven weken heeft het geduurd. Het leger is door het verzet van de Alkmaarders en het opkomende water verdreven. De stad is vrij!
Het beleg van Alkmaar is een keerpunt in de Opstand. Het is de eerste grote nederlaag van het regeringsleger tegen de opstandelingen. Onder leiding van Willem van Oranje wordt de Opstand al snel een echte vrijheidsstrijd. Nog 75 jaar zal de oorlog tegen het leger van de koning van Spanje duren. Dan is Nederland een vrije, zelfstandige staat.


 
Bron 11
 bron11       bron11r

opdracht 9 Gebruik bron 11.
a  Leg in je eigen woorden uit wat er op 8 oktober in Alkmaar wordt gevierd
b  Je kent vast dit gezegde: ‘Bij Alkmaar begint de Victorie’. Leg uit wat daarmee wordt bedoeld.
c  Wat vind jij van het herdenken van historische gebeurtenissen als het beleg van Alkmaar: is dat nuttig, overbodig, gewoon  gezellig – of nog iets anders? Leg je keuze uit.



3. Een Gouden Eeuw voor Alkmaar



Dat de soldaten van Alva in 1573 juist Alkmaar belegeren, is niet zo vreemd. Al eeuwen is dit dè centrale marktplaats in het noorden van Holland. Alkmaar neemt door zijn ligging een sleutelpositie in.


Het ‘Hollandse goud’

De centrale positie van Alkmaar heeft zijn inwoners rijkdom en welvaart gebracht. De boeren uit Kennemerland, Waterland en West-Friesland brengen hun kaas en boter naar de markt. Er zijn bierbrouwerijen, zoutziederijen en allerlei ambachten te vinden. De handelsschepen van de Alkmaarse kooplieden varen op de Zuiderzee, naar Duitsland en nog verder weg. De rijkdom en welvaart zie je terug in de grote gebouwen van de stad: in de Grote Kerk, het stadhuis en de stenen koopmanshuizen langs de nieuw aangelegde grachten. Ondanks de verwoestingen van het Spaanse beleg is de 16e eeuw een gouden tijd voor Alkmaar.
Doordat de strijd tegen Spanje voorspoedig verloopt, breekt voor heel Holland de ‘Gouden Eeuw’ aan. Na 1600 varen Hollandse koopvaarders over de hele wereld uit en brengen ze nieuwe rijkdommen mee terug. De wereldkaarten van de bij Alkmaar geboren Willem Janszoon Blaeu vinden overal in Europa gretig aftrek.
En Alkmaar zelf? De grootste bloeitijd van de stad is rond 1630 voorbij. Door de inpoldering van de grote Noord-Hollandse meren verliest Alkmaar zijn verbinding met de Zuiderzee. Er varen nu geen grote handelsschepen meer naar de stad. Het inwonertal loopt terug. Amsterdam, Hoorn en Enkhuizen groeien en worden rijk van de visserij en de handel overzee. De welvaart van Alkmaar moet nu vooral komen van het ‘Hollandse goud’: de handel in kaas en boter.

opdracht 10 a  Was de ‘gouden tijd’ van Alkmaar eerder of later dan de Gouden Eeuw van Holland? Leg je antwoord uit.
b  Leg uit waarom je de rijkdom van Alkmaar kon ‘aflezen’ aan de gebouwen in de stad.
c   Is het nog steeds zo dat je de welvaart van een stad of streek kunt ‘aflezen’ aan gebouwen, of is dat tegenwoordig anders? Leg je antwoord uit.
d   Bedenk waarom kaas wel het ‘Hollandse goud’ wordt genoemd.
e   Na zijn eigen gouden eeuw bleef Alkmaar een welvarende stad. Vind je dat een goed voorbeeld van ‘continuïteit’ in de geschiedenis?

  
 bron 12     Wandwereldkaart van Willem Blaeu uit 1619.               
 bron12                    
                     
opdracht 11 Gebruik bron 12
a   Bedenk waarom voor kaarten als deze toen zoveel belangstelling was.
Gebruik bron 13
b
  Hoe worden de inwoners van Argentinië (links) en Brazilië (rechts) op de kaart afgebeeld? Bedenk hoe Blaeu aan deze informatie kwam.
c   De beelden van bron 13 zijn niet betrouwbaar. Bedenk een vraag die je over bron 13 kunt stellen waarbij de bron wèl betrouwbaar is.

  
bron 13. 
                    bron13 


bron 14.  Op dit schilderij zie je Alkmaar vóór de inpoldering van de Schermer (in 1635). De Schermer was toen                                     een groot open meer,  waarover je rechtstreeks naar de stad kon varen.bron14
         
 
opdracht 12 Gebruik  bron 14
a
  Noem de namen van nog twee andere ingepolderde Noord-Hollandse meren.
b  Op het schilderij zie je minstens één schip dat uit Alkmaar afkomstig is. Van welk schip kun je dat met zekerheid zeggen?
c  De inpoldering van de grote Noord-Hollandse meren was zowel een gevolg als een oorzaak van welvaart van Holland in de Gouden Eeuw – met name Amsterdam. Leg uit waarom.
                     
                      
             
Een nieuwe Waag

In de Middeleeuwen had de graaf van Holland de Alkmaarders het ‘waagrecht’ gegeven: het recht om alle goederen die op de markt werden verkocht te wegen en daar geld voor te vragen. Dat was een belangrijk recht, want het bracht veel inkomsten op. Op de grote weegschalen in de stadswaag werd kaas, maar ook vee en andere koopwaar gewogen. Maar onder koning Filips II moet de stad duur voor het waagrecht betalen: wel zesduizend gouden guldens per jaar.
In 1581 erkent Holland Filips niet meer als koning. Willem van Oranje laat Alkmaar het waagrecht terugkopen. Hij doet dat mede uit dank voor het dappere verzet van de inwoners tijdens het Spaanse beleg. De Alkmaarders verbouwen een oude katholieke kapel bij de Mient tot nieuw Waaggebouw. In de weeghal hangen zij drie reusachtige weegschalen op. Laten de boeren nu maar komen met hun kaas!

bron15    
bron 15
. Dit schilderij van de Waag werd gemaakt omstreeks 1660.


opdracht 13 a  Wat hield het waagrecht in en waarom was dit zo’n belangrijk recht voor een stad?
b  Welke reden wordt genoemd voor het teruggeven van het waagrecht aan Alkmaar door Willem van Oranje?
c   Kun je zelf nog een andere reden bedenken?
d  Bedenk waarom de Alkmaarders een katholieke kapel kozen als nieuw Waaggebouw.
Gebruik bron 15.
e  Hoe wordt de kaas hier in en uit het waaggebouw gebracht? Is dat nu nog zo?
f   Worden er op het plein en de brug voor de Waag nog andere spullen verkocht? Welke?
                
          
Een half miljoen pond kaas

Als in de 17e eeuw de grote meren in Noord-Holland zijn drooggemaakt, verliest Alkmaar zijn overzeese handel. Maar de inpoldering heeft ook voordelen. Het drooggemaakte land is alleen geschikt voor veeteelt. In de nieuwe polders vestigen zich duizenden boeren. Zij brengen hun producten massaal naar de markt in Alkmaar. Daarmee verstevigt Alkmaar zijn positie als centrum van regionale handel. De kaasdragers bij de Waag krijgen het drukker dan ooit tevoren. Op sommige marktdagen wordt er 500.000 pond kaas gewogen en verkocht.

bron 16    bron16
                     

opdracht 14 a  Waarom had de droogmaking van de Noord-Hollandse meren voor Alkmaar zowel voor- als nadelen?
b   Bedenk wat de maker van deze gravure (bron16) duidelijk wilde maken.
c  Is Alkmaar tegenwoordig nog een centrum van regionale handel? En speelt kaas nog steeds zo’n belangrijke rol in die handel? Leg je antwoord uit.


Einde van  De Gouden Eeuw van Alkmaar.        Terug naar inhoudsopgave