![]() |
Alkmaar in de Klas
|
inhoud
Alkmaar in de Klas Historische Vereniging Alkmaar |
| Alkmaar in de Vaart der Volken
---------------havo/vwo
Wat is de overeenkomst tussen je mobiele telefoon, je spijkerbroek, je fiets of scooter en het toetsenbord van je computer? Allemaal gaan ze terug op vindingen uit de 19e eeuw. In je lesboek kon je al lezen dat die periode het tijdperk van de industriële revolutie wordt genoemd. Wereldwijd was het een tijd van technische vernieuwingen en grote maatschappelijke veranderingen. Wat was daarvan in Alkmaar te merken? Ook de Alkmaarders maakten in de 19e eeuw kennis met nieuwigheden als de stoommachine, de telefoon, de benzinemotor en de eerste auto, de grammofoon en de schrijfmachine, straatlantarens die brandden op gas, soep uit een pakje en warenhuizen waar je kant-en-klare kleding kon kopen. Ook de stad zelf veranderde. Door de aanleg van het Noord-Hollands Kanaal en het spoor werd de oude vesting opengebroken. Er kwamen nieuwe verbindingen met de buitenwereld. En ook de Alkmaarsche Courant, met nieuws uit binnen- en buitenland, maakte voor veel Alkmaarders de wereld een stukje kleiner. Omstreeks 1840 werd in Frankrijk en Engeland nog een belangrijke uitvinding gedaan: de fotografie. Daardoor krijgen we voor het eerst een direct beeld van mensen en dingen uit het verleden. De eerste foto’s van Alkmaar dateren van na 1860. Die oude opnamen zijn niet alleen leuk om naar te kijken. Foto’s en oude krantenpagina’s zijn ook prima te gebruiken als historische bron. Dit lespakket gaat over de veranderingen in Alkmaar in de 19e eeuw. Het sluit aan bij het hoofdstuk over de industriële revolutie in je leerboek. Het lespakket bevat drie onderdelen: 1. Nieuwe verbindingen met de buitenwereld 2. (on)gezond wonen in de stad 3. Oude en nieuwe welvaart |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1. Nieuwe verbindingen met de buitenwereld Wat doe je als je rond 1800 uit Alkmaar naar een andere plaats wil reizen? Als je rijk bent, stap je in je eigen koets met paarden. Zo niet, dan neem je waarschijnlijk de trekschuit. Naar Hoorn ben je over de Hoornse Vaart drie uur onderweg. Voor een tochtje naar Amsterdam mag je gerust een dag rekenen. Duurder en sneller is de postkoets. Daarmee kan je in vijf uur in Haarlem zijn. Tenminste, als de wegen begaanbaar zijn en je niet komt vast te zitten in de modder. Of ben je een gewone werkman? Dan verdien je per dag zo’n twintig stuivers (€ 0,45) en kan je die tien stuivers voor de trekschuit niet missen. Gelukkig gaat lopen bijna net zo snel. Met een beetje geluk wandel je in 3,5 uur naar Schagen. Honderd jaar later – omstreeks 1900 – heb je het heel wat gemakkelijker. Met het Noord-Hollands Kanaal, de Kennemerstraatweg, het spoor en de tram zijn er nieuwe, snellere verbindingen met de steden en dorpen in de omgeving en de wereld daarbuiten. De stoomtrein brengt je in een uur naar Amsterdam. Het lijkt wel een wonder! ![]() bron 1 Alkmaar voor de aanleg van het Noord-Hollands Kanaal Het Noord-Hollands Kanaal Op 16 december 1824 is het groot feest in Alkmaar. Alle vlaggen hangen uit. De stad viert de opening van het Groot Noord-Hollands Kanaal. Onder luid hoera-geroep vaart het oorlogsschip Bellona langs de Bierkade. Het is net of de Alkmaarders de nieuwe tijd begroeten. Het stadsbestuur heeft bij koning Willem I gedaan gekregen dat het kanaal niet langs, maar dóór Alkmaar is getrokken. Daarvoor is een deel van de oude stad en de vestingwerken gesloopt. Er zijn weinig inwoners die daarom treuren. Het Noord-Hollands Kanaal moet de haven van Amsterdam een betere verbinding geven met de Noordzee. Door het kanaal kunnen grote zeeschepen van en naar het Nieuwe Diep bij Den Helder varen. Alkmaar denkt een graantje mee te pikken. De Alkmaarders hopen dat langskomende schepen in de stad aanleggen of aan de kades blijven overwinteren. Na tientallen jaren van sukkelen en sappelen moet het kanaal de handel en welvaart in de stad weer tot bloei brengen. ![]() bron 2 Alkmaar na de aanleg van het Noord-Hollands Kanaal
Snel naar Amsterdam Het kanaal brengt Alkmaar niet de verwachte welvaart. De grote schepen varen de stad meestal voorbij. Bovendien krijgt Amsterdam vijftig jaar later een veel snellere verbinding naar zee: het Noordzeekanaal (Amsterdam-IJmuiden). Over het ‘oude’ kanaal varen bijna alleen nog binnenvaartschepen. Met het Noord-Hollands Kanaal heeft Alkmaar nu wel een rechtstreekse verbinding met Zaandam en Amsterdam. Eén Alkmaarder weet daar in ieder geval van te profiteren. De zakenman Cornelis Bosman opent in 1864 de Alkmaar Packet, een snelle stoombootdienst naar Amsterdam. Vaartijd: nog maar 3 uur.
Een station in de weilanden In 1865 rijdt in het splinternieuwe station van Alkmaar de eerste stoomtrein binnen. Het is net zo’n grote gebeurtenis als de opening van het Kanaal. De Alkmaarders hebben lang op het wonder moeten wachten. Amsterdam en Haarle hebben al 25 jaar eerder een spoorverbinding gekregen. De burgemeester houdt een toespraak: ‘Door het Groot Noord-Hollands Kanaal zijn wij verbonden met de wereldzeeën en nu door deze spoorweg met heel Europa, zodat we met hulp van de actieve burgerij een schitterende toekomst tegemoet gaan!’ Het nieuwe station ligt dan nog een flink stuk buiten de stad, middenin de weilanden. Paard en wagen en later de paardentram brengen de treinreizigers naar het centrum. Alkmaar krijgt ook snellere verbindingen met het platteland. Vanaf eind 19e eeuw gaan er stoomtrams rijden. Die zijn lichter en goedkoper dan de trein. Vanuit de stad rijden er trams via de dorpen in de omgeving naar Schagen, Haarlem, Purmerend, Egmond aan Zee en Bergen aan Zee.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
2. Deftige straten, stinkende grachten Wat zie je als je begin 19e eeuw door een van de oude stadspoorten Alkmaar binnenkomt? De Langestraat is een deftige woonstraat. Winkels vind je er nauwelijks. Ook aan de Mient en het Waagplein staan statige huizen van welvarende burgers. Maar sla nu een steeg of zijstraat in…daar vind je opeens hele buurten met vieze grachten, open riolen en overvolle, slecht onderhouden woningen. Van de achtduizend Alkmaarders die binenn de stadswallen wonen, worden de meesten niet ouder dan vijftig jaar. De cholera-epidemieën van 1849 en 1866 Een bericht in de Alkmaarsche Courant van 13 augustus 1849: Burgemeester en Wethouders hebben besloten tot uitstel van de Najaarskermis - een van de populaire evenementen van het jaar. Hier moet dus iets bijzonders aan de hand zijn. In de stad heerst cholera. Gewone mensen noemen het de ‘Aziatische buikloop’. Cholera is erg besmettelijk. Wie de ziekte heeft opgelopen, moet steeds overgeven en krijgt last van bloederige diarree. Zwakke patiënten drogen snel uit en sterven soms al na een enkele uren. Er vallen in de stad tientallen doden per week. Tussen 1830 en 1870 komen er in Nederland vaker epidemieën voor. Besmettelijke ziekten als cholera en tyfus heersen vooral in de armste buurten van de steden. Is er een verband met slechte woonomstandigheden? Artsen denken van wel. De precieze oorzaak kennen ze nog niet. Pas eind 19e eeuw ontdekken wetenschappers dat cholera en tyfus worden veroorzaakt door een bacterie. Die verspreidt zich onder meer via open riolen en vervuild drinkwater.
In
juni 1866 verscheen
in de Alkmaarsche Courant onder het kopje ‘Een gevaarlijke
vijand’ een artikel
over de cholera. De schrijver waarschuwt dat niet alleen een goede
hygiëne
belangrijk is. Ook matigheid met eten, drinken en uitgaan kan ziekte
voorkomen.
Hieronder een fragment: “De matigheid laat vooral hier ter
stede bij een groot
deel der bevolking veel te wensen over. Velen gaan zich dagelijks,
meerderen
nog elke zon- en feestdag, op ergerlijke wijze te buiten aan sterke
drank,
verhitten zich door de dans en stellen zich dan aan de koele nachtlucht
bloot.
Er zijn er wier gezondheid door zodanige uitspattingen meer en meer
verzwakt en
die niettemin in hun roekeloze en zondige leefwijze volharden.
’t Kan niemand
verwonderen als de cholera onder dezulken de eerste slachtoffers zoekt,
daar
zij minder dan anderen in staat zijn de hevigheid der ziekte te
weerstaan.”
Misstanden In 1854 wordt in Alkmaar onderzoek gedaan naar de woonomstandigheden in de arme buurten. De onderzoekscommissie noteert veel misstanden. In veel huizen wonen meerdere gezinnen. Ouders en kinderen wonen en slapen in één vertrek. De ruimtes zijn donker en vochtig, of rokerig door een slecht brandend vuur. Er zijn lekkende daken en kapotte ramen. In sommige huizen loopt de afvoergoot dwars door de gang. Veel woningen hebben geen waterput en geen ‘privaat’ (wc boven de beerput op het erf).
Modernisering Aan het eind van de 19e eeuw is er veel verbeterd. Vervuilde grachten zijn gedempt en de meeste huizen hebben stromend water gekregen. De straten worden ’s nachts verlicht met gaslantaarns. Er is een betere medische zorg voor de armen opgezet. Net als een ophaaldienst voor het huisvuil en voor de ‘poeptonnen’ van de bewoners. (Pas na 1970 worden de laatste Alkmaarse straten aangesloten op de riolering!) De stadspoorten en vestingwallen zijn gesloopt. Daarbuiten worden de eerste nieuwe woonwijken gebouwd, met daarin ook aandacht voor de ‘ademende’ functie van plantsoenen en parken. In het centrum zelf is de Langestraat een drukke winkelstraat geworden. Door al deze verbeteringen èn door de groeiende welvaart loopt het sterftecijfer snel terug. In 1900 zijn er 18.000 Alkmaarders, ruim tweemaal zoveel als in 1800.
De Woningwet van 1901 Vanaf 1890 ontstaan de eerste nieuwe woonwijken buiten de oude stadswallen. Een van die laat-19e-eeuwse wijken is de Spoorbuurt bij het station. Een paradijs is het daar niet. De huizen worden neergezet door particuliere aannemers die snel veel geld willen verdienen. Het bopuwtempo ligt hoog en de kwaliteit van de woningen is slecht. Dat komt omdat daar nauwelijks wetten of regels voor zijn. Pas vanaf begin 20e eeuw gaat de gemeente toezicht houden op de woningbouw. Een grote stap voorwaarts is de Woningwet van 1901. Daarin staat aan welke eisen nieuwe huizen moeten voldoen: de minimale afmetingen van de vertrekken, portalen en trappenhuizen; de aanwezigheid van een privaat en een drinkwatervoorziening; de toevoer van licht en lucht – enzovoort. De Woningwet geeft gemeenten ook het recht krotwoningen af te breken, grond op te kopen (te ‘onteigenen’) voor nieuwbouw en subsidie te geven aan woningbouwverenigingen. In tal van gemeenten worden het eerste kwart van de 20e eeuw honderden woningwetwoningen gebouwd. Je herkent ze meestal vrij gemakkelijk: het zijn - voor onze begrippen - kleine huisjes van één woonlaag met een kleine zolder. Ook in Alkmaar vind je nog tientallen van dit soort huisjes. ![]() bron 14. De Spoorstraat. Foto uit begin 20ste eeuw
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
3. Oude en nieuwe welvaart In 1841 is de schrijver Nicolaas Beets in Alkmaar. Van de nieuwe tijd is er nog weinig te merken. Op gewone dagen zie je ‘een stadje, zo stil en levenloos, dat het wel opzettelijk gemaakt lijkt voor begrafenissen’, zo noteert hij in zijn beroemde boek Camera Obscura. Alleen op marktdagen komen de straten tot leven. Dan stromen als vanouds de boeren uit Noord-Holland toe. Zij verkopen op de markt hun kaas, groenten en vee. En geven daarna hun geld weer uit in winkels en herbergen. Alkmaar blijft een marktstad De industrialisatie komt in Alkmaar pas laat op gang. De meeste bedrijfjes in de stad zijn te klein om geld te investeren in grote, moderne machines. De eerste stoommachine doet in 1853 zijn intrede, in de nieuwe gasfabriek. Pas na 1880 vertschijnen aan de rand van de stad de eerste fabrieksschoorstenen. Een paar fabrieken groeien uit tot flinke bedrijven. Maar een echte industriestad wordt Alkmaar niet. De stad moet het vooral hebben van de markt, de winkels en de kleinschalige, ambachtelijke nijverheid. Dat zijn precies de activiteiten die de Alkmaarders in voorgaande eeuwen bloei en welvaart hebben gebracht.
Molens of schoorstenen ![]() bron 15 gezicht op Alkmaar vanaf het Zeglis. Schilderij gemaakt omstreeks 1700.
bron
17 Reclameposter van de stoommargarinefabriek Kinheim
Einde van Alkmaar in de Vaart der Volken Terug naar inhoudsopgave |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||