De accijnstoren weer bij de tijd | column Bertus Bakker | 08 09 2023

Honderd jaar geleden kon je moeilijk de precieze tijd aflezen van de Accijnstoren. Het uurwerk had namelijk maar één wijzer. Dat was omwonenden een doorn in het oog. Hoe moest dat verder?

Honderd jaar geleden kon je moeilijk de precieze tijd aflezen van de Accijnstoren. Het uurwerk had namelijk maar één wijzer. Dat was omwonenden een doorn in het oog.

En toen de Bierkade een drukke verkeersader werd, richtten zij zich in juni 1923 tot de gemeenteraad met het verzoek ook een minutenwijzer aan te brengen. Het was toch van de gekke dat men zich vaak gedwongen zag elkaar te vragen hoe laat het was. En dat in een stadsgedeelte met een omvangrijke industriële bedrijvigheid en een intensief verkeer van passagiersschepen die immers op tijd moesten varen.

Daar kwam bij dat deze torenklok telkens eerder sloeg dan de andere klokken in Alkmaar. Zeker omdat één wijzer wat sneller loopt dat twee, zo schreven zij in hun brief. Hun belangrijkste argument bewaarden zij voor het laatst. Door het toenemende autoverkeer op de Bierkade was het volgens hen wachten op een botsing. Een politieagent of toevallig aanwezige getuigen zouden dientengevolge niet kunnen verklaren hoe laat het ongeluk was geschied. Eventuele nabestaanden zouden dan door een ingewikkelde en kostbare procesvoering tot de diepste armoede kunnen vervallen. Dramatiseren konden ze vroeger ook al.

Het gemeentebestuur was nu aan zet. Het gaf de schoonheidscommissie gelijk dat de gevraagde modernisering het karakteristieke van het monument zou aantasten, maar vond toch dat de eisen van het verkeer doorslaggevend waren. Medio 1924 werd daarom niet alleen de hele Accijnstoren zo’n vier meter verplaatst, maar kreeg het uurwerk een tweede wijzer. De Kapelkerk echter behield zijn ene wijzer omdat er volgens B&W genoeg torenklokken in de omgeving waren.

Bertus Bakker, HVA