Heb je het in Alkmaar over ‘de KOOK’ dan weet vrijwel iedereen wat je bedoelt, maar vraag je waar die rare naam eigenlijk vandaan komt dan gaan de wenkbrauwen omhoog. Komité Ontwikkelingssamenwerking Overdie Kooimeer, daar staan die letters voor. Opgericht in 1969. De KOOK bracht begin jaren zeventig een beweging op gang die in onze tijd heeft geresulteerd in een ‘boulevard’ van kringloopbedrijven aan de Zijperstraat, in kringloopwinkels in vrijwel ieder omliggend dorp en in een hele berg aan zomerse buurtrommelmarkten waarop je je zoldervoorraad kunt slijten. Een in het oog springend verschil tussen toen en nu is dat het destijds allemaal ontstond vanuit maatschappelijke betrokkenheid.
Daarvoor moeten we ons in gedachten even verplaatsen naar de Don Boscoparochie van rond 1970, met als middelpunt de in 2007 gesloopte Don Boscokerk op het Geert Groteplein. De parochie onderhoudt nauwe contacten met pater Frans Schlooz (1912-1998) in de Indiase stad Haiderabad. Schlooz spant zich in voor de allerarmsten, de wees- en zwerfkinderen en de melaatsen. Scholen, ziekenhuizen en opvangtehuizen komen op zijn initiatief van de grond. Na zijn dood wordt het werk voortgezet door de nog altijd bestaande Stichting Pater Schlooz.
De verhalen over pater Schlooz slaan aan in de parochie van de dan nog nieuwe wijken Kooimeer en Nieuw-Overdie. Niet alleen bij vader Henk, weet Frans Feldberg. Samen met onder anderen Theo Schaper en Cees van der Veer wordt in 1969 de KOOK opgericht. Ook de naam van Kees Bornewasser komt boven. Het begint met collectes in de wijk, daarna ontstaat al gauw het idee om met andere middelen geld voor de projecten van pater Schlooz bijeen te krijgen. Zoals rommelmarkten.
Op dit moment in de KOOK-geschiedenis kunnen de filmbeelden worden gestart. Beelden van honderden Alkmaarders die zich langs de kraampjes bewegen. Beelden ook van het stokoude VW-busje met de letters K.O.O.K waar Frans speciale herinneringen aan heeft. Negen of tien jaar zal hij zijn geweest. Z’n vader aan het stuur, hij ernaast.
‘We hadden geluidsapparatuur met loudspeakers in de wagen waarmee we door de straten reden en iedereen opriepen spullen te doneren voor de KOOK. Zo ging dat toen, andere communicatiemiddelen waren er vrijwel niet. Ik vond dat prachtig. Tussen die oproepen door werd muziek van cassettebandjes gedraaid. ‘El Condor Pasa’, panfluitmuziek van Los Incas. ‘In the summertime’ van Mungo Jerry. Als ik dat tegenwoordig hoor, denk ik altijd weer aan toen, en dan zie ik weer voor me hoe het was, daar voorin in het busje.’

‘Wat ik mij ook nog goed herinner was de spontaniteit waarmee de acties werden ondersteund. De keuken van het Hof van Sonoy verkocht erwtensoep. Je kon daar ook het torentje beklimmen. Allemaal ten bate van het goede doel. Spontaan stelde een boer in de Schermer gratis een schuur beschikbaar voor de opslag van de spullen. Het eerste busje waarmee spullen werden opgehaald kon mijn vader kosteloos lenen van zijn werkgever, de Technische Unie. Heel veel mensen stelden gratis goederen beschikbaar. Ook nog goed werkende wasmachines en zo. Iedereen deed mee. Ook ‘de gastarbeiders’, zoals ze toen werden genoemd. Een evenement van verbroedering was het, waar een mensenmassa op af kwam die je zou kunnen vergelijken met die van Kaeskoppenstad van nu. De formule sprak aan, de lijnen waren kort. Het geld ging niet naar een of andere stichting of organisatie, het doel was heel concreet. Maar het was ook een andere tijd.
De vanzelfsprekendheid waarmee mensen wilden helpen bestaat bijna niet meer.’
Rob Bakker
Headerphoto: Frans Feldberg met het filmapparaat van zijn vader
Ook nog mooie, op film vastgelegde herinneringen op zolder? Stuur een e-mail naar info@alkmaaropfilm.nl, dan maken wij een afspraak.
