Er kan nog meer bij….in Alkmaar!

425 jaar Kaasdragers moest bij de aftrap van het nieuwe kaasseizoen gevierd worden met een speciale gast. De ‘Ordonnantie opte caesdragers’ van 17 juni 1593, althans een afschrift, hangt ingelijst op de schouw in de kaasdragerskamer in de Waag. De speciale gast, André van Duin, zal hem hebben moeten bewonderen. André van Duin, groot bewonderaar en vaste klant van Het Nationale Ballet, vond ook het bonkige uit-de-pas-lopen van de kaasdragers de moeite waard. Het zal leuker zijn geweest voor de Nederlandse toeristen dan voor de buitenlanders. “Wer ist der Mann met dem roten Haren”, vroeg Helmut aan Frau Antje. “André von Duin, ein soort von Rudi Carrell”. “Ach so, auch ein Kettenraucher?” “Nee, dat denk ich nicht”, antwoordde Antje beleefd. “Auch ein Frauenverführer?”, probeerde de Duitse toerist nog eens om te begrijpen waar het enthousiasme voor deze speciale gast op stoelde. “Nein, dasz bestimmt nicht”, schaterlachte Antje, die niet zo veel van Rudi wist maar genoeg van André. “Ein populaire komiek von der tv”. En met een blokje kaas tussen de kiezen werd Helmut verder de mond gesnoerd. Het stadsbestuur zet in op nog veel meer toeristen met kaasbeleving. Langs het kanaal komt er een hele wijk bij. Superlocatie voor airbnb-negotie. Als het in Alkmaar gaat als in Amsterdam met de nieuwbouwappartementen gaan er heel wat aan de neus van woningzoekenden voorbij, omdat ze meteen worden opgekocht door Prins Bernard jr en consorten. Zorg voor het nieuwe college? Behalve compassie voor de winkeliers en geld inbrengende toeristen verdienen ook de gewone Alkmaarse burgers ‘woonzorg’. Ook zij brengen dagelijks het nodige in het laatje. De mens is meer dan een wandelend verdienmodel. Ik noem het hier maar zo omdat ons stadsbestuur gecharmeerd lijkt te zijn van deze invalshoek. Speciale zorg mag er nu ook wel eens zijn voor jonge woningzoekenden. De kapitale kanaalappartementen zullen onbetaalbaar voor hen zijn. Maar op een steenworp afstand liggen er straten vol met leegstaande woonruimte. Wie op een avond door de verlaten winkelstraten loopt ziet nauwelijks verlichte vensters boven de etalages. De meeste verdiepingen zijn onbewoond. Soms niet eens meer te bereiken. Een woningopgang kost teveel winkelruimte. Laat André nog een keer komen. Maar dan om de bel te luiden voor een ’s avonds levende binnenstad, waar jonge mensen betaalbare woningen hebben kunnen vinden. Kan hij als eertijds Ome Joop “Hallo mensen!!” roepen. Gewoon, omdat er dan weer mensen wonen.