Sinterklaas fröbelschool Doelenstraat Alkmaar 1908

Goed heilig in Alkmaar?

Gezeur over het sinterklaasfeest heeft in Alkmaar een eeuwenoude geschiedenis . In de marketingwereld maakt dat gezeur niet uit: als er over je gekletst wordt ben je in beeld. Zo bezien is slecht nieuws goed nieuws. Voor de business. Bij de Bijenkorf hebben ze dat ook begrepen. Dezelfde Pietenpoppen klauteren zoals in andere jaren langs de touwen omhoog, maar dit jaar zijn hun gezichten goudkleurig. Desalniettemin is niet alles goud wat er blinkt. Voor de één klautert daar het symbool van een vernederde geknechte slaaf, goud gezicht of niet, voor de ander een gulle, grappige, onschuldige assistent van de grootste kindervriend aller tijden. Je kunt samen bij de kassa staan en niet van elkaar weten of je hart krimpt van die kleurig versierde paljas of dat je je weer even een vrolijk kind voelt bij zoveel mooie herinnering aan een onbezorgde jeugd. Tsja, hoe moeilijk kan je het maken?!

Nou, daar hadden ze aan het begin van Alkmaars Gouden Eeuw, rond 1600, geen moeite mee, Sinterklaasfeest moeilijk maken. Na de reformatie vonden de nieuwe protestantse stadsbestuurders dat het maar eens uit moest zijn met dat malle verzonnen feest van katholiek bijgeloof. Er werd steeds vaker slecht eten, met heel veel suiker vooral, verkocht (kijk, dat dat slecht is was dan toch wel scherp gezien door onze voorvaderen). Men begon op straat in kraampjes te verkopen, wat niet goed was voor de middenstand, die met zijn negotie bleef zitten. Iedere vorm van sinterklaasverkoop werd verboden. Er stond twee gulden boete op, wat een astronomisch bedrag was voor een gemiddelde brave ingezetene. Het verkopen op Sinterklaasavond van “eetwaeren, snoeperyen ende poppegoet” moest de kop worden ingedrukt.

Onze strenge voorvaderen, die een ander idee hadden van ‘goed’ en ‘heilig’ dan de goedheiligman hebben het gelukkig niet voor elkaar gekregen. Maar de kerstcommercie is, -erger nog dan de gefrustreerde zwartepietverdrieters-, in staat gebleken Sinterklaas naar de achtergrond te dringen. Hij komt wel feestelijk in de stad aan, maar de meeste etalages zijn al lang geen ‘sinterklaastafels’ meer, zoals men dat vroeger noemde. Men benut zijn ruimte liever voor het aanprijzen van glamour feestkleding, meestal kort, bloot en zwart, typerend voor de damesmode in deze tijd, ondanks de intrede van de winter. Dat de etalages niet meer gericht zijn op de vrolijke onschuldige kinderziel zegt veel over deze tijd. Alkmaar is ons heilig, maar ‘goedheilig’ zou beter zijn in deze dagen.