Ze waren al in Amsterdam, onder andere massaal in het Vondelpark aanwezig: de halsbandparkiet. En dan nu ook in Alkmaar. Een relatief nieuwe soort die, als gevolg van de klimaatverandering, zich uitstekend staande weet te houden in Nederland. We zullen deze felgroene vogel met de rode kromme papegaaiensnavel steeds vaker in Alkmaar gaan tegenkomen, of we dat nu leuk vinden of niet. Hoe zit dat..?

De papegaai-achtige vogel komt oorspronkelijk uit India en zou volgens de legende door de stuurman van Alexander de Grote 2300 jaar geleden als huisdier naar Europa zijn meegenomen. Meer voor de hand liggend is dat de vogels uit volières zijn ontsnapt of bewust zijn vrijgelaten. Omdat de vogels niet tegen strenge winters bestand zijn, bleef het aantal beperkt. Nu de winters minder streng worden overleven de parkieten gemakkelijker, vaak nog een handje geholpen door royaal wintervoer strooiende vogelvrienden.

Net als hun grote broer, de papagaai, zijn de parkieten dol op pinda’s. De parkieten nestelen in holen en vinden gespreide bedjes in de nesten die spechten, boomklevers en vleermuizen al eerder in bomen gebruikt hebben. Wetenschappers zijn er nog niet over eens of de parkiet daarmee een bedreiging voor inheemse holenbroeder is. Momenteel leven er in Nederland zo’n 10.000 halsbandparkieten waaronder ongeveer 100 in Alkmaar. Dat zij vooral in steden leven heeft te maken met de plaatselijk hogere temperatuur en de aanwezigheid van parken met hoge bomen waar zij zich goed in thuis voelen. En dus zullen we de felgroene vogel met de rode kromme papegaaien-snavel steeds vaker in Alkmaar gaan tegenkomen, of we dat nu leuk vinden of niet.

Veel vijanden hebben de parkieten niet. Sperwers en haviken weten de vogels af en toe uit de lucht te plukken, maar deze roofvogels komen niet vaak in de steden voor. Of de inheemse vogels de nieuwkomers met gejuich willen ontvangen valt te betwijfelen als we afgaan op de volgende gebeurtenis: vorige week probeerden vijf meeuwen in een spectaculaire luchtshow een tiental halsbandparkieten te verdrijven, een actie die door beide partijen met veel gekrijs gepaard ging.

Nu zijn meeuwen ook niet echt Alkmaars lieverdjes. De inheemse en beschermde diersoort, de zilvermeeuw, wist met veel gekrijs duidelijk te maken dat zij er niets voor voelden deze vreemdelingen in hun territorium toe te laten. Het logo van een middelgrote Nederlandse partij, een meeuw in de kleuren van de Nederlandse vlag, kreeg opeens een andere betekenis. De meeuwen wisten door eendrachtig samen te werken het de halsbandparkieten knap lastig te maken.

Vogels, het zijn soms net mensen.

Feyko Alkema