Volgend jaar is het vijfenzeventig jaar geleden dat er in Europa een eind kwam aan de tweede wereldoorlog. Vijfenzeventig jaar, een mensenleven. Ondanks dat de meerderheid van de bevolking de oorlog niet heeft meegemaakt, raakt de oorlog nog steeds een gevoelige snaar. Dat zie je als de Dam vol mensen staat op 4 mei, maar ook bij het Nationale Holocaust-monument voor Joden, Sinti en Roma in Amsterdam, dat volgens de advocaat van tegenstanders ‘te groot en te omvangrijk is voor deze bescheiden plek’ is.

Hoe groot moet een monument zijn om de waanzin van de oorlog nog te kunnen uitbeelden? Presser schreef in zijn studie ‘Ondergang’ over Auschwitz: ‘Het leek waanzinnig en onmogelijk. Het bleek waanzinnig en mogelijk’. Want waanzin was het om meer dan elf miljoen mensen systematisch uit te moorden omdat zij een bedreiging zouden vormen voor het zuivere Germaanse ras. Onder de elf miljoen waren zes miljoen Joden. Verder waren Sinti, Roma, homoseksuelen, jehova’s getuigen, geestelijk en lichamelijk gehandicapten, vrijmetselaren, communisten en Slavische volken slachtoffer van het moordprogramma van de nazi’s.

Stel: je wilt het verbeelden. Hoe beeld je die waanzin uit? NRC schrijft wat je van een geslaagd kunstwerk mag verwachten: het verleidt, zet je op het verkeerde been en slaat je vervolgens om de oren met fundamentele vragen. Het holocaustmonument in Berlijn voldoet aan die eisen: het is héél erg groot, maar toch niet groot genoeg om de gruwelen van de oorlog te kunnen bevatten. Een ander kunstwerk bevindt zich in het Joods historisch museum in Berlijn. Op de bodem van een verder lege zaal liggen 10.000 gezichten uit plaatstaal vervaardigd waar de bezoeker over heen kan lopen. Het maakt een ontzettend lawaai en geeft als het ware de vermoorde Joodse slachtoffers een stem.

In Alkmaar had de Duitse kunstenaar Gunter Demnig met zijn messing Stolpersteine een kunstwerk vervaardigd waar je, nadat je er letterlijk over gestruikeld was, op het messingplaatje kon lezen dat hier vermoorde joodse Alkmaarders gewoond hebben. Intussen is Demnigs kunstwerk verwijderd en vervangen door granieten steentjes.

Begin volgend jaar krijgt Alkmaar een beeld voor Tante Truus: Truus Wijsmüller, de vrouw die 10.000 (!) joodse kinderen uit de handen van de nazi’s gered heeft. Het beeld is bijna klaar en wordt binnenkort in brons gegoten. Het beeld wordt enerzijds door de gemeente Alkmaar en anderzijds door giften van Alkmaarders bekostigd.

Velen hebben al een financiële bijdrage geleverd voor de realisering van het beeld. Opdat wij niet vergeten. Opdat wij de waanzin niet vergeten.

Ook ú kunt een bijdrage leveren door geld te storten op:

NL62 INGB 0000 6004 01
t.n.v. Historische Vereniging Alkmaar.
Vermeld u svp ‘Gift Tante Truus’.

Meer over Tante Truus en deze actie leest u hier.

Feyko Alkema,
tekst en foto.