Bio: Cornelis WilIem Bruinvis (Alkmaar 1829 – Alkmaar 1922)

Bruinvis heeft een belangrijk aandeel geleverd aan de Alkmaarse geschiedschrijving en was een veelzijdig man. Na zijn wethouderschap kon Bruinvis zijn interesse voor geschiedenis weer oppakken. In plaats van rustiger aan te gaan doen, bood Bruinvis in 1900 - op 70-jarige leeftijd - aan om onbetaald gemeentearchivaris te worden. Hij wilde graag de bestaande onvolledige archiefbeschrijvingen voltooien. Hij is voor het archief (huidige Regionaal Archief Alkmaar), het Stedelijk Museum Alkmaar en voor Alkmaar in het algemeen van grote waarde geweest.

Cornelis Willem Bruinvis (Alkmaar, 26 juni 1829 – aldaar, 4 april 1922) was een Nederlands apotheker, auteur, tekenaar, geschiedkundige, archivaris en politicus. Hij werd geboren als zoon van Cornelis Pieter Bruinvis, apotheker van ‘’t Hert’ op de Langestraat, en Alida de Lange, dochter van een notaris. Hij was de derde van in totaal acht kinderen. Vader was doopsgezind en op zijn 18e trad Bruinvis ook tot die gemeente toe.

Van huis uit kreeg hij ook interesse voor geschiedenis mee. Als 12-jarige jongen tekende hij al enkele gebouwen in de stad. Tekenles volgde hij bij de toen bekende Alkmaarse schilder Pieter Plas (1810-1853), die vijf jaar lang zijn leraar was.

Na zijn schooltijd ging Bruinvis werken in het notariskantoor van zijn oom S.A. de Lange. Bouwkunde interesseerde hem echter meer. In 1846 kreeg hij een aanstelling als bouwkundig tekenaar. Vader Bruinvis blesseerde kort daarna zijn rechterhand waardoor Cornelis moest bijspringen in de apotheek. Uit plichtsbesef schreef hij zich vervolgens in aan de geneeskundige school in Alkmaar. Een van zijn leraren was Hendrik Toussaint, de vader van schrijfster Truitje Bosboom-Toussaint. Maar echt gemotiveerd was hij niet. Nog voor hij afstudeerde probeerde hij in 1853 eigenaar te worden van de Alkmaarsche Courant. Dit lukte niet, maar de nieuwe eigenaar had een redacteur nodig en zag in Bruinvis de juiste persoon.

Enzovoort.